Rechtspraak
Werknemer is per 1 februari 1970 op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van de Muziekschool. Tot 1 januari 2001 was hij werkzaam als administrateur. Op 30 november 2000 hebben werkgever en werknemer een regeling getroffen welke kort gezegd inhoudt dat werknemer bij Bijenkorf zal werken. Werkgever zal het loon blijven uitbetalen, maar de inkomsten van werknemer bij Bijenkorf zullen hierop in mindering worden gebracht. De werkgever geeft in dit kader een loongarantie af. Op enig moment maakt werknemer gebruik van de VUT-regeling. Deze VUT-regeling wordt kort daarna stopgezet omdat werknemer geen recht op VUT heeft. Er ontstaat vervolgens discussie omtrent de vraag hoe de loongarantie moet worden uitgelegd. Heeft werknemer recht op doorbetaling van zijn volledige loon?
De kantonrechter oordeelt als volgt. De inkomensgarantie wordt nadrukkelijk gekoppeld aan het accepteren van de functie van administrateur bij de Bijenkorf in Borne. Ook hadden partijen kennelijk de bedoeling om de pensioenopbouw bij het ABP ongestoord door te laten gaan. Dat was reden om werknemer op papier voor 100% in dienst te laten blijven van de Muziekschool en op die basis pensioenpremies aan het ABP af te dragen om daarna de feitelijk genoten inkomsten bij de Bijenkorf op het van de Muziekschool te ontvangen salaris in mindering te brengen. Het feitelijk genoten inkomen hebben partijen forfaitair vastgesteld met daaraan gekoppeld een jaarlijkse indexering. Ook was erin voorzien dat werknemer gebruik zou maken van de FPU-regeling per 1 mei 2007. Subsidiar beroept werknemer zich op artikel 6:258 BW. Volgens hem doet zich een onvoorziene omstandigheid voor - het wegvallen van VUT-regeling - waarvoor werkgever de gevolgen dient te dragen. De kantonrechter kan werknemer niet volgen in deze stelling en acht de omstandigheid voor rekening van werknemer.