Rechtspraak
Eiser heeft over de periode 1 juni 2005 tot 24 oktober 2005 een bijstandsuitkering ontvangen van de gemeente Maastricht. De gemeente heeft eiser in het kader van de bijstandsuitkering een werktraject aangeboden, hetgeen eiser heeft aanvaard. Van 20 juli 2005 tot 19 oktober 2005 heeft eiser bij EBM gewerkt op basis van het werktraject, waarna hij full-time werk bij EBM heeft aanvaard. Bij besluit van 8 februari 2006 heeft de gemeente Maastricht de aan eiser verstrekte uitkering integraal (€ 8.264.63) teruggevorderd nu een vermogenstoets na verkoop van de echtelijke woning in verband met echtscheiding. Eiser stelt zich thans op het standpunt dat zijn werkzaamheden in het kader van het ‘werktraject’ hebben plaatsgevonden op basis van een arbeidsovereenkomst en hij zodoende recht heeft op loon.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het verrichte werk ging om “werken met behoud van uitkering”. Dit werk is niet gericht “op het realiseren van het bedrijfsdoel van de werkgever”. Derhalve kan dat werk “niet het karakter hebben van een tegenprestatie in de vorm van productieve arbeid voor het ontvangen van een uitkering”. De conclusie moet dan zijn dat het wederkerigheidskarakter - do ut des, ik geef opdat gij geeft - ontbreekt in de relatie tussen het ontvangen geld en het gedane werk, en wel vice versa. Van loon respectievelijk arbeid in de juridische zin (artikel 7:610 BW), beide een constitutief vereiste voor het aannemen van een arbeidsovereenkomst, is dan geen sprake. De rechtsverhouding moet worden aangemerkt als een bijstandsuitkering met bijzondere voorwaarde tot het verrichten van werk. Van een aan een bijstandsuitkering - een geldelijke voorziening verstrekt ter bestrijding van de noodzakelijke kosten van het bestaan - verbonden bijzondere voorwaarde, te weten het verrichten van werkzaamheden, met het primaire oogmerk de herintreding in het arbeidsproces te bevorderen.
Volgt afwijzing vordering.