Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer is vanaf 1 maart 1975 tot en met 17 februari 2000, eerst als productiemedewerker en later als meewerkend voorman en chef productie, in dienst geweest bij Zandleven. Op laatstgenoemde datum is hij op staande voet ontslagen omdat hij volgens Zandleven verf gestolen/verduisterd had. In 1999 is werknemer uitgevallen wegens arbeidsongeschiktheid (long-, nier- en darmklachten). Werknemer heeft vervolgens Zandleven aansprakelijk gesteld voor de materiële en immateriële gevolgen van het ontstaan van de beroepsziekte OPS. Zandleven heeft de aansprakelijkheid betwist en stelt dat de klachten van werknemer zijn te wijten aan overmatig alcoholgebruik en overgewicht. De kantonrechter heeft vordering van werknemer toegewezen op grond van de door hem aangetoonde gezondheidsklachten. Volgens Zandleven had de kantonrechter niet mogen oordelen dat Zandleven aansprakelijk was voor ‘schade door gezondheidsklachten’ voorzover dit geen OPS opleverde. Werknemer had zich immers op het standpunt gesteld dat hij aan OPS leed.

Het hof oordeelt als volgt. Het betoog van Zandleven berust op een verkeerde lezing van de stellingen van werknemer. Werknemer heeft gesteld dat hij als gevolg van de blootstelling aan neurotoxische stoffen concentratiestoornissen en andere klachten heeft. Daarmee heeft hij gesteld dat hij ziek is en schade lijdt in de zin van artikel 7: 658 lid 2 BW. Werknemer heeft, op basis van de verrichte medische onderzoeken, deze klachten geduid als symptomen van OPS en heeft dan ook gesteld dat hij aan OPS lijdt. In de stelling van werknemer dat hij OPS lijdt, ligt mede besloten dat hij, de door hem ook gespecificeerde, gezondheidsklachten heeft. Wanneer in die situatie wel komt vast te staan dat werknemer de door hem gestelde (maar in dat geval niet als OPS te duiden) gezondheidsklachten heeft en die het gevolg zijn van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij Zandleven, is zijn vordering, mits aan de overige vereisten van artikel 7:658 BW is voldaan, immers toch toewijsbaar. Onder die omstandigheden kon de kantonrechter, zonder de door artikel 24 Rv getrokken grenzen te verlaten, de (voor)vraag stellen of werknemer ziek was als gevolg van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen en oordelen dat, indien dat het geval was, het voor de toewijsbaarheid van de vordering van werknemer niet noodzakelijk was dat ook werd aangetoond dat werknemer aan OPS leed. Vervolgens neemt het hof in aanmerking dat de Hoge Raad in zijn arrest van 23 juni 2006 (NJ 2006, 354) omtrent de stelplicht en bewijslast bij - kort gezegd - OPS-claims op grond van artikel 7: 658 BW heeft beslist dat de werknemer dient te stellen en zonodig te bewijzen dat hij gedurende zijn werkzaamheden bij de aangesproken werkgever is blootgesteld aan voor de gezondheid gevaarlijke stoffen en dat hij dient te stellen en zonodig aannemelijk te maken dat hij lijdt aan een ziekte of aan gezondheidsklachten welke door die blootstelling kunnen zijn veroorzaakt. Indien de werknemer daarin slaagt, staat vast dat hij de schade heeft geleden waarvan hij vergoeding vordert. De werkgever dient dan te bewijzen dat hij niet is tekortgeschoten in zijn zorgplicht. Slaagt hij daarin niet, dan staat ook het causale verband tussen de blootstelling en de gezondheidsklachten van de werknemer (behoudens door de werkgever te leveren tegenbewijs) vast. Dat laatste werd ook in het arrest van de Hoge Raad van 17 november 2000 (NJ 2001, 596) reeds beslist. Voor de toewijsbaarheid van een dergelijke vordering is derhalve niet vereist dat de werknemer stelt, en bewijst, dat bij hem de diagnose OPS met inachtneming van het Protocol is gesteld. Dat ligt ook niet voor de hand omdat het Protocol (voornamelijk) door medici is opgesteld en beschrijft op welke medisch verantwoorde wijze ten behoeve van de verdere behandeling van de patiënt de diagnose OPS kan worden gesteld.

Onderzocht wordt vervolgens of werknemer aannemelijk heeft gemaakt dat de klachten waaraan hij lijdt zijn ontstaan door blootstelling aan schadelijke stoffen en of Zandleven haar zorgplicht desalniettemin is nagekomen. Het causaal verband leidt het hof af uit de medische dossier van werknemer. Hieraan doet niet af dat deze niet volgens het bovengenoemde Protocol tot stand zijn gekomen. Voorts is komen vast te staan dat sprake is van een zorgplichtschending van Zandleven. Zandleven wordt evenwel in staat gesteld tegenbewijs te leveren terzake van het causale verband. Volgt aanhouding van de zaak.