Rechtspraak
werknemer/Sopro Nederland BV
Werknemer heeft op 7 januari 2010 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met Sopro getekend. De arbeidsovereenkomst zal ingaan per 1 maart 2010. In de arbeidsovereenkomst staat een proeftijdbeding opgenomen. Op 7 januari 2010 heeft werknemer een meervoudig hartinfarct gehad. Sopro heeft op 26 februari 2010 de arbeidsovereenkomst met een beroep op de proeftijd opgezegd. Als reden heeft Sopro aangegeven dat zij niet verzekerd is tegen arbeidsongeschiktheid van een werknemer, welke is ontstaan voor aanvang van het dienstverband. Werknemer stelt zich op het standpunt dat sprake is van een vernietigbare opzeggingshandeling in de zin van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ).
De kantonrechter oordeelt als volgt. De Hoge Raad heeft bepaald dat onder bepaalde omstandigheden een ontslag van een werknemer in de proeftijd in strijd kan zijn met goed werkgeverschap en de werkgever schadeplichtig kan maken (HR 10 november 2000, JAR 2000/249, Triple P/TAP). Daarnaast heeft de Hoge Raad aangegeven dat de opzeggingsbevoegdheid tijdens de proeftijd door de werkgever niet mag worden misbruikt. Van een zodanig misbruik is, aldus de Hoge Raad, sprake indien moet worden aangenomen dat de beëindiging berustte op discriminatie (HR 13 januari 1995, NJ 1995, 430, Codfried/ ISS). In het verlengde hiervan handelt een werkgever die de opzeggingsbevoegdheid aanwendt wegens een werkelijke of vermeende handicap of chronische ziekte van de werknemer, in strijd met artikel 4 aanhef en onder b WGBH/CZ. De kern van het verweer van Sopro is dat zij geen verboden onderscheid heeft gemaakt wegens een werkelijke of vermeende chronische ziekte. Naar de mening van Sopro is er bij werknemer wel sprake van een ziekte, maar niet van een ziekte die (vermeend) chronisch van aard is. Zelfs indien de kantonrechter het standpunt van Sopro volgt dat zij in het geval van werknemer geen onderscheid heeft gemaakt op grond van een chronische ziekte, dan nog heeft zij onderscheid gemaakt op grond van een vermeend chronische ziekte. Bij een vermeend chronische ziekte gaat het om het geval waarin ten onrechte wordt aangenomen dat er sprake is van een chronische ziekte (TK 2001-2002, 28 168 nr. 3, p. 24). Volgens het algemeen spraakgebruik dient onder het begrip chronische ziekte te worden verstaan het langdurig gestoord zijn van de werking van één of meerdere organen. Hiervan is in casu sprake.
Volgt toewijzing van de vordering.