Rechtspraak
Holland Casino/werknemer
Werknemer is als Hoofd Speelautomaten en later Directeur Gaming in dienst van Holland Casino. Holland Casino vordert schadevergoeding van werknemer. Volgens Holland Casino heeft werknemer jarenlang steekpenningen aangenomen van X, directeur van Otimex. Werknemer en X zouden leveranciers van speelautomaten hebben voorgehouden dat alleen via Otimex zaken met Holland Casino kon worden gedaan. X heeft vervolgens de leveranciers hoge bedragen laten factureren en het verschil via allerlei ondernemingen doen wegsluizen. In eerste aanleg is de vordering afgewezen, omdat Holland Casino niet in het bewijs was geslaagd dat werknemer wist of had kunnen weten dat de handelwijze van X of Otimex nadelig voor Holland Casino was. Tegen dit vonnis is Holland Casino in hoger beroep gegaan. Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter bevestigd. Thans vordert Holland Casino herroeping van de zaak. Uit FIOD-onderzoek en strafrechtelijke veroordeling van X zouden nieuwe feiten zijn gebleken, te weten dat werknemer een bankrekening in Zwitserland houdt en dat daarop forse betalingen van Otimex zijn aangetroffen. Voorts zou werknemer bedrog in het geding hebben gepleegd.
Het hof oordeelt als volgt. Er is zowel sprake van bedrog gepleegd in het geding (artikel 382 sub a Rechtsvordering) als nieuwe stukken van beslissende aard (artikel 382 sub c Rv). Werknemer heeft immers tijdens de comparitie ontkennend geantwoord op de vraag of er sprake was van een Zwitserse bankrekening. Tevens moet geoordeeld worden dat Holland Casino na eerdergenoemd arrest van het hof van 3 februari 2005 stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van gedaagde waren achtergehouden. Aangenomen moet immers worden dat wanneer het hof bekend was geweest met de thans door Holland Casino overgelegde stukken, in het bijzonder de bankbescheiden, het hof in andere zin dan destijds is geschied zou hebben beslist. Waar werknemer zelf geen enkele opheldering heeft gegeven omtrent de thans overgelegde bankafschriften en de daarop voorkomende mutaties, waaronder de overmakingen door Sekrève, moet het er in rechte voor worden gehouden dat werknemer die bankgegevens bewust heeft achtergehouden om in de procedure die is uitgemond in eerdergenoemd arrest van 3 februari 2005 een voor hem gunstige beslissing te verkrijgen. Ook de situatie bedoeld in artikel 382 sub c Rv. doet zich hier dus voor.
Volgt herroeping van het arrest en aanhouding van de zaak voor nader bewijsvoering.