Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek c.s./BAM Geleiderails BV en Cordares Diensten BV
Hoge Raad, 27 mei 2011
ECLI:NL:HR:2011:BQ0010

Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek c.s./BAM Geleiderails BV en Cordares Diensten BV

Uitleg werkingssfeerbepalingen Bouw-cao en Metaal-cao in verband met plaatsing en onderhoud van vangrails langs de weg. Uitsluitingsbepaling in Bouw-cao is niet beperkt tot ondernemingen die staal als zodanig produceren. Ook bedrijven die zich richten op uitvoeren van werken met betrekking tot stalen voorwerpen vallen onder deze uitsluitingsgrond

In dit geding gaat het om de vraag of BAM valt onder de werkingssfeer van de Bedrijfstak (CAO en Pensioen) Regelingen in de Bouw, dan wel onder die van de Bedrijfstak (CAO en Pensioen) Regelingen in de Metaal en Techniek. BAM maakt haar bedrijf van het ontwerpen en uitvoeren van werken op het gebied van geleiderails (in het dagelijks spraakgebruik vangrails) en verkeersmaatregelen, met de bijbehorende werken aan de infrastructuur. BAM meent dat haar werkzaamheden vallen onder de werkingssfeer van de CAO Bouwnijverheid (hierna: Bouw-cao) en de daarmee samenhangende pensioenregelingen. BAM voldoet de op grond van die regelingen verschuldigde premies aan Cordares. De Fondsen en MNS stellen zich op het standpunt dat de door BAM verrichte werkzaamheden vallen onder de CAO voor het Metaalbewerkingsbedrijf (hierna: Metaal-cao) en dat BAM premies en bijdragen via MNS aan de Fondsen dient te voldoen. Het hof oordeelde dat de werkzaamheden die BAM in hoofdzaak verricht, zowel onder de werkingssfeerbepalingen van de bedrijfstak bouw als onder die van de bedrijfstak metaalbewerking zijn te brengen. Die werkzaamheden zien in de kern niet zozeer op het bewerken van metaal als wel op het tot stand brengen van werken ter bevordering van de verkeersveiligheid, ook indien die werken veelal of altijd van metaal zijn, zodat de werkzaamheden van BAM beter aansluiten bij de werkingssfeer van de Bouw-cao dan bij die van de metaal-cao. Volgens het hof is de uitzonderingsbepaling van artikel 2 lid 4 bouw-cao niet van toepassing, omdat deze bepaling kennelijk ziet op de vervaardiging als zodanig van staalconstructies, terwijl de werkzaamheden van BAM daarop niet overwegend betrekking hebben.

De Hoge Raad oordeelt als volgt. Met zijn (impliciete) oordeel dat geleiderails (vangrails) aangemerkt moeten worden als 'verkeersveiligheidbevorderende voorzieningen' als bedoeld in Bijlage 3 bij de Bouw-cao, heeft het hof geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Gelet daarop is het hof ook terecht ervan uitgegaan dat de werkzaamheden van BAM – in hoofdzaak bestaande in het ontwerpen en uitvoeren van werken op het gebied van geleiderails, met de bijbehorende werken aan de infrastructuur – zijn te beschouwen als 'de aanleg, montage, onderhoud en sloop van verkeersveiligheidbevorderende voorzieningen' als bedoeld in Bijlage 3, en derhalve volgens artikel 2 lid 1 Bouw-cao in beginsel – behoudens het bepaalde in artikel 2 lid 4 – onder de werkingssfeer van die cao vallen. Het oordeel van het hof in r.o. 3.9 dat de uitsluitingsbepaling van artikel 2 lid 4 Bouw-cao (alleen) ziet op de vervaardiging als zodanig van staalconstructies, geeft evenwel blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De tekst van deze bepaling – die in het licht van de gehele tekst van de cao (waarop overigens een kenbare toelichting ontbreekt) in beginsel van doorslaggevende betekenis is – spreekt immers niet alleen van 'productie' maar ook van 'dienstverlening' voor derden op het gebied van 'het uitvoeren van werken (...) in staal'. Deze bewoordingen geven geen aanleiding de uitsluitingsbepaling te beperken tot ondernemingen waarvan het bedrijf is gericht op de vervaardiging als zodanig van staalconstructies. De bewoordingen brengen mee dat ook ondernemingen waarvan het bedrijf is gericht op het uitvoeren van werken met betrekking tot stalen voorwerpen, van de werkingssfeer van de Bouw-cao zijn uitgesloten. Het voorgaande strookt ook met de omstandigheid dat (zoals het hof, in cassatie onbestreden, heeft vastgesteld) laatstbedoelde ondernemingen in ieder geval onder de (ruime) omschrijving van de werkingssfeer van de Metaal-cao vallen, terwijl aannemelijk is dat beide cao's aldus zijn geformuleerd dat een overlapping van de werkingssfeer daarvan zoveel mogelijk wordt voorkomen. In dat verband komt mede betekenis toe aan het feit dat werkingssfeerbepalingen van een cao die overlappen met dergelijke bepalingen van een andere cao, blijkens de beleidsregels van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, neergelegd in het Toetsingskader Algemeen Verbindend Verklaring CAO-bepalingen (laatstelijk Stcrt. 2010, 13489), niet algemeen verbindend worden verklaard, terwijl een overeenkomstig beleid wordt gevoerd voor de verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds. Nu het hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, kan zijn daarop gebaseerde oordeel dat BAM onder de werkingssfeer van de Bouw-cao valt niet in stand blijven.