Rechtspraak
RS Uitzenden BV/werknemer
Werknemer en RS Uitzenden zijn op 24 september 2009 een schriftelijke arbeidsovereenkomst aangegaan, onder het opschrift 'uitzendovereenkomst fase A'. Op deze overeenkomst is de ABU-CAO Uitzendkrachten 2009-2014 van toepassing verklaard, voor zover en zolang deze cao algemeen verbindend verklaard is. Deze arbeidsovereenkomst ging in per 1 oktober 2009. Op 9 november 2009 wordt werknemer per direct ontslagen, wegens niet goed functioneren. RS Uitzenden beroept zich op het zogenoemde uitzendbeding. De kantonrechter heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat RS Uitzenden werknemer ter beschikking heeft gesteld aan RS Infra. Werknemer heeft op kantoor gewerkt zonder dat duidelijk werd voor welke RS-vennootschap dat was. Doch ook als wel wordt aangenomen dat werknemer aan RS Infra was uitgeleend, dan blijkt uit niets, aldus de kantonrechter, dat aan de inlening van werknemer door RS Infra een einde is gekomen doordat RS Infra aan RS Uitzenden heeft laten weten niet langer prijs te stellen op de arbeidsinzet van werknemer. Uit de tekst van de ontslagbrief van 9 november 2009 blijkt dat enkel het gestelde disfunctioneren van werknemer de reden is voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met hem. Om die reden slaagt het beroep op de vernietigbaarheid van de opzegging.
Het hof oordeelt als volgt. Ook als uitgegaan wordt van de juistheid van de stelling van RS Uitzenden dat RS Infra haar mondeling heeft verzocht om de uitzending van werknemer te beëindigen, dan baat haar dat niet, omdat zij in haar brief van 9 november 2009 aan werknemer een dergelijke beslissing van RS Infra niet als ontslaggrond heeft opgevoerd. Weliswaar is de uitlener, in zijn hoedanigheid van werkgever, bij een beroep op artikel 7:691 lid 2 BW niet verplicht om aan te geven waarom de inlener de uitzendkracht niet meer wenst toe te laten, doch naar 's hofs oordeel dient de uitlener die zich op artikel 7:691 lid 2 BW beroept, wel aan de uitzendkracht duidelijk te maken dat de uitzendovereenkomst wordt geëindigd omdat de inlener zulks wil. Het hof constateert dat RS Uitzenden dit in haar brief van 9 november niet heeft gedaan en ook niet in haar antwoordbrief van 20 januari 2010. Volgt bekrachtiging van het vonnis van de kantonrechter.