Rechtspraak
OR/Arriva Groningen
Begin 1999 bestaat Arriva (Nederland) uit 52 aparte rechtspersonen. In plaats van losse vennootschappen komt in 1999 een centrale organisatie met vestigingen. De OR van Arriva Groningen heeft in 1994 de bestaande medezeggenschapscommissie bij de N.V. Groninger Vervoerbedrijf vervangen. De zittingsduur van de OR eindigt op 18 juni 2004. De directie heeft bij brief van 18 oktober 1999 aan de verschillende ondernemingsraden een nieuwe medezeggenschapsstructuur gepresenteerd, inhoudende een centrale ondernemingsraad met daaronder de drie OR'en, één voor het openbaar vervoer, één voor het servicekantoor en één voor het taxi-, touringcar- en ambulancevervoer. De OR heeft medio 2003 bezwaren ingebracht tegen de voorgestelde medezeggenschapsstructuur. Deze bezwaren zien op de beoogde invoeringsdatum 1 januari 2004 en het feit dat de OR wil blijven bestaan. De directie heeft de invoeringsdatum verplaatst naar 1 juni 2004, maar bestrijdt het bestaansrecht van de OR. Arriva Groningen verbiedt de OR nieuwe verkiezingen uit te schrijven. De OR stelt zich op het standpunt dat Arriva Groningen handelt in strijd met de WOR, omdat zij zonder aanleiding een aanpassing van de medezeggenschapsstructuur in het Arriva-concern beoogt op grond waarvan de OR zou moeten worden opgeheven. Primair voert hij in dat verband aan dat Arriva Groningen een zelfstandige onderneming is in de zin van artikel 1 lid 1 sub c WOR. Subsidiair betoogt hij dat Arriva Groningen binnen de regio en binnen het Arriva-concern als zelfstandige eenheid opereert.
De kantonrechter beoordeelt eerst de primaire grondslag van het verzoek en overweegt als volgt. Artikel 1 lid 1 sub c WOR verstaat onder onderneming: 'elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht.' Alleen de drie genoemde elementen bepalen of er sprake is van een 'onderneming' in de zin van deze wet. Het gaat erom dat het organisatorisch verband zich naar buiten als zelfstandig presenteert met name door onder eigen naam werkzaam te zijn of door producten of diensten rechtstreeks in het maatschappelijk verkeer te brengen. De vraag is of Arriva Groningen een organisatorisch verband is. Daartoe dient een groep personen onder een bepaalde leiding en op een bepaalde locatie samen te werken. De kantonrechter leidt uit hetgeen is aangevoerd af dat Arriva Groningen geen management heeft met eigen bevoegdheden door gedecentraliseerde besluitvorming. De OR heeft ook niet betwist de stelling van Arriva Groningen dat Arriva Openbaar Vervoer vanuit Heerenveen het financiële, commerciële, sociale, logistieke en strategische beleid voor het gehele openbaar vervoer bepaalt. De kantonrechter is van oordeel dat geen sprake is van een organisatorisch verband. De tweede te beantwoorden vraag luidt of Arriva Groningen als zelfstandige eenheid naar buiten optreedt. Onvoldoende weersproken door de OR heeft Arriva Groningen aangevoerd dat zij niet meedoet aan het economisch verkeer. Deze vraag moet derhalve negatief worden beantwoord. Ten slotte ligt nog de vraag betreffende het derde element ter beoordeling voor. Arriva Groningen heeft werknemers in dienst. Arriva heeft voldoende onderbouwd betoogd dat zij nog slechts als rechtspersoon fungeert om de aanspraken die de personeelsleden als voormalige ambtenaren hebben op de ABP- en IZA-regelingen te waarborgen en dat de door haar afgesloten cao in dat licht moet worden bezien. Omdat de drie elementen die bepalen of sprake is van een 'onderneming' in de zin van de WOR ontbreken, is het verzoek niet toewijsbaar op de primaire grondslag.
Onderzocht wordt of het verzoek toewijsbaar is op de subsidiaire grondslag. De OR stelt dat Arriva Groningen binnen de regio en binnen het Arriva-concern een onderdeel is dat als zelfstandige eenheid optreedt. Een 'onderdeel' van een onderneming is een functionele groep van in de onderneming werkzame personen, die binnen die onderneming op zichzelf een afzonderlijk organisatorisch verband vormt zonder echter zelfstandig naar buiten op te treden. Het verschil tussen een onderneming en een onderdeel van een onderneming is dus dat een onderneming als een zelfstandige eenheid naar buiten optreedt en een onderdeel niet. Zoals hiervoor bij de beoordeling van de primaire grondslag is overwogen, vormt naar het oordeel van de kantonrechter Arriva Groningen geen afzonderlijk organisatorisch verband. Ook op de subsidiaire grondslag is het verzoek daarom niet toewijsbaar. De stelling van Arriva Groningen dat de OR geen bestaansrecht meer heeft, wordt dan ook onderschreven.