Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Sarens Nederland
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 23 juni 2011
ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ9843

werknemer/Sarens Nederland

Werkgever in windturbinebranche heeft belang bij naleving concurrentiebeding. Geen zwaarder drukken of onbillijke benadeling werknemer

Werknemer is op 6 november 1996 in dienst getreden bij (de rechtsvoorgangster van) Sarens Nederland in de functie van aankomend binnendienst medewerker engineering. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding overeengekomen. Werknemer is op 1 maart 2010 in dienst getreden van Ter Linden. Deze vennootschap is een directe concurrent van Sarens. Werknemer vordert primair verval, subsidiair vernietiging en meer subsidiair matiging van het concurrentiebeding.

De kantonrechter overweegt als volgt. De stelling van werknemer dat het niet de bedoeling was dat dit concurrentiebeding de rechtsverhouding van partijen in het contract voor onbepaalde tijd zou gaan beheersen is en dat het beding onduidelijk is, faalt. De tekst van het concurrentiebeding is weliswaar niet volledig helder, de bedoeling is dat wel. Het beroep op artikel 19 lid 3 Grondwet faalt eveneens. Werknemer stelt dat Sarens Nederland geen belang heeft bij naleving van het concurrentiebeding. De kantonrechter oordeelt dat Sarens Nederland wel degelijk belang heeft bij nakoming van het concurrentiebeding, nu de belangen van Sarens Nederland onlosmakelijk verbonden zijn met het Sarens-concern. De enkele omstandigheid dat zich een ingrijpende wijziging van de arbeidsverhouding heeft voorgedaan, is in het algemeen onvoldoende voor het aannemen van een causaal verband met het zwaarder gaan drukken van het beding. Sarens Nederland heeft gesteld dat werknemer bij De Kil, de rechtsvoorganger van Sarens Nederland, in dienst is getreden omdat hij wilde doorgroeien en hij daarvoor bij De Kil mogelijkheden zag. Er zijn geen onverwachte 'carrieremoves' geweest. Dit heeft werknemer onvoldoende gemotiveerd weersproken. Het carrièreverloop van werknemer was beoogd en voorzienbaar. Derhalve is geen sprake van een ingrijpende functiewijziging. Ook is de arbeidsmarktpositie van werknemer door dit carrièreverloop niet in belangrijke mate verslechterd.

Ten slotte dient op grond van een belangenafweging te worden beoordeeld of het concurrentiebeding moet worden vernietigd op de grond dat, in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld. Werknemer heeft voorafgaand aan zijn opzegging van de arbeidsovereenkomst geen overleg gepleegd met Sarens Nederland over het concurrentiebeding. Daardoor heeft hij zelf het risico genomen dat hij aan het concurrentiebeding zou worden gehouden. Mede gelet op de door Sarens Nederland in het geding gebrachte vacatures die door werknemer zouden kunnen worden vervuld (hetgeen door werknemer niet is betwist) valt derhalve ook bij een belangenafweging niet in te zien dat werknemer niet gehouden kan worden aan het verbod om gedurende twee jaar na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst, namelijk tot 1 oktober 2011, in de windbranche actief te zijn. Van een onbillijke benadeling is geen sprake. Het beroep op matiging en een vergoeding faalt op basis van dezelfde gronden. Volgt afwijzing van de vorderingen.