Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 5 juli 2011
ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0528
werkneemster/Stichting Ipse de Bruggen
Werkneemster (60 jaar) is op 1 april 1988 bij (een van de rechtsvoorgangers van) Ipse de Bruggen in dienst getreden in de functie van naaister op de naaikamer. De taak van werkneemster was om kledingstukken van de wasserij te merken en in voorkomende gevallen kledingstukken te herstellen. In 2008 heeft Ipse de Bruggen toestemming aan het CWI gevraagd om werkneemster voor 12 uur te ontslaan. Volgens Ipse de Bruggen zouden de herstelwerkzaamheden zijn komen te vervallen. Het CWI heeft toestemming verleend onder een wederindiensttredingsvoorwaarde. De arbeidsovereenkomst is per 1 augustus 2008 opgezegd. In de bedrijfskrant van Ipse de Bruggen d.d. 1 augustus 2008 is een vacature per 1 september 2008 geplaatst met als omschrijving van de werkzaamheden 'herstellen, aanpassen en merken van kleding van onze cliënten' met als werklocatie Zwammerdam voor 15-18 uur per week. Het betrof een functie voor de tijdelijke duur van een half jaar. Werkneemster heeft in oktober 2008 met de betreffende locatie (Zwammerdam) contact opgenomen met de vraag of zij die werkzaamheden kon gaan uitvoeren. Aan haar werd hierop meegedeeld dat dit niet mogelijk was omdat de functie reeds vervuld was per 1 september 2008 door iemand anders. Werkneemster heeft vervolgens de nietigheid van het ontslag ingeroepen en subsidiair herstel van de arbeidsovereenkomst wegens kennelijk onredelijk ontslag en schadeplichtigheid wegens te korte opzegtermijn gevorderd. Volgens werkneemster is sprake van een valse of voorgewende reden, alsmede van onevenredige gevolgen van het ontslag. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen.
Het hof oordeelt als volgt. Met betrekking tot de vermeende schending van de wederindiensttredingsvoorwaarde overweegt het hof als volgt. Naar het oordeel van het hof is de strekking van deze voorwaarde dat de werkzaamheden van de in dienst te nemen werknemer ook door werkneemster zouden kunnen worden verricht. In de voorwaarde wordt ook vermeld: 'in de gelegenheid heeft gesteld zijn vroegere werkzaamheden (...) te hervatten'. Een en ander betekent dat onder 'verrichten van werkzaamheden van dezelfde aard' moet worden verstaan 'verrichten van voor werkneemster passende werkzaamheden van dezelfde aard'. De rechtbank heeft uitgebreid gemotiveerd dat de functie in Zwammerdam geen voor werkneemster passende functie is. Deze motivering is door werkneemster in hoger beroep niet weersproken. Werkneemster stelt slechts dat de door de kantonrechter genoemde omstandigheden (lees: verschillen) niet ter zake doen. Dit betekent dat van niet-naleving van de door de CWI gestelde voorwaarde geen sprake is. Overigens is werkneemster nadat zij Ipse de Bruggen had gewezen op de vacature bij de vestiging te Zwammerdam, door Ipse de Bruggen – alsnog – in staat gesteld de vacature bij de vestiging te Zwammerdam te gaan vervullen, onder dezelfde arbeidsvoorwaarden als tot dan toe voor haar van toepassing waren en ook voor onbepaalde tijd, hoewel de vacature een functie voor bepaalde tijd betrof. Werkneemster is echter geen werkzaamheden te Zwammerdam gaan verrichten. De aan de ontslagbeschikking verbonden voorwaarde is derhalve, zelfs als de te Zwammerdam te verrichten werkzaamheden als werkzaamheden van dezelfde aard kunnen worden aangemerkt, niet ingetreden. Voor zover werkneemster zou stellen dat de functie te Zwammerdam aan haar zou moeten zijn aangeboden binnen 26 weken na bekendmaking van de toestemming bij gebreke waarvan de beëindiging wordt geacht zonder toestemming te zijn gegeven en, nu een beroep op de vernietigbaarheid is gedaan, de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst ongewijzigd voortduurt, berust deze stelling op een verkeerde interpretatie van de voorwaarde.
Met betrekking tot de vordering uit kennelijk onredelijk ontslag, oordeelt het hof als volgt. Van een valse of voorgewende reden is geen sprake. Anders dan werkneemster stelt, heeft Ipse de Bruggen de merk-werkzaamheden niet bij haar weggehaald en overgedragen aan de wasserijmedewerkers, maar is sprake geweest van een algehele vermindering van werkzaamheden. De CWI was hiervan ten tijde van de ontslagaanvraag ook op de hoogte. Van schending van het afspiegelingsbeginsel is evenmin sprake, daar de functie op de linnenkamer – waaraan werkneemster refereert – niet onderling uitwisselbaar is met de functie van werkneemster.
Volgt bekrachtiging van het vonnis van de kantonrechter.