Rechtspraak
werknemer/werkgever
Werknemer (46 jaar) is sinds 2002 in dienst van werkgever. De werknemer is door zijn productieleider gevraagd op een andere afdeling te gaan staan. De werknemer heeft hierop een woordenwisseling gehad met zijn productieleider en deze een duw gegeven waarna de productieleider is gevallen. De werknemer is vervolgens op staande voet ontslagen wegens werkweigering, omdat hij weigerde werkzaamheden op een andere afdeling te verrichten. De werknemer beroept zich op de nietigheid van het ontslag en vordert thans doorbetaling van het loon.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De werkgever wist dat de verhouding tussen de werknemer en zijn productieleider een gespannen verhouding was. Desondanks heeft de werkgever niet getracht deze verhouding op te lossen, maar heeft het erop aan laten komen. Hoewel het gedrag van de werknemer niet netjes is, acht de kantonrechter een ontslag op staande voet een te zware sanctie voor hetgeen zich heeft voorgedaan. Het ontslag op staande voet is derhalve niet terecht gegeven en de loonvordering van de werknemer dient te worden toegewezen.