Naar boven ↑

Rechtspraak

PontMeyerServices BV/werknemer
Rechtbank Noord-Holland, 27 juni 2011
ECLI:NL:RBHAA:2011:BR0264

PontMeyerServices BV/werknemer

Uitleg concurrentiebeding en opeenvolgende arbeidsovereenkomsten binnen concernverhoudingen

Werknemer is op 1 oktober 1999 in dienst getreden bij PontMeyer B.V. als manager ASU. De werknemer is achtereenvolgens bij nog twee andere dochterondernemingen van de werkgever, een groothandel in hout, in dienst getreden. Met de eerste dochteronderneming, PontMeyer B.V. heeft de werknemer een concurrentiebeding gesloten, dat hem verbiedt in dienst te treden bij enige onderneming die zich direct of indirect gaat bezighouden of bezighoudt met de handel van producten die overeenkomen met de producten zoals deze door de werkgever worden verhandeld. De laatste dochteronderneming waarbij de werknemer in dienst is getreden, te weten PontMeyer Services BV, houdt zich bezig met het verlenen van bemiddeling bij het sluiten van verzekeringen. Tussen deze dochteronderneming en de werkgever is geen nieuw concurrentiebeding overeengekomen. De werknemer wenst thans in dienst te treden bij een andere groothandel in hout. De werkgever probeert dit in kort geding te voorkomen met een beroep op het concurrentiebeding. De werknemer verweert zich door te stellen dat het concurrentiebeding opnieuw had moeten worden overeengekomen dan wel zwaarder is gaan drukken.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit artikel 7:653 BW volgt dat een concurrentiebeding schriftelijk dient te worden overeengekomen tussen werkgever en werknemer. Vast staat dat de huidige werkgever niet de werkgever is met wie het concurrentiebeding is overeengekomen; dat was namelijk PontMeyer B.V. In beginsel had het concurrentiebeding opnieuw overeengekomen moeten worden tussen de 'nieuwe' werkgevers (achtereenvolgens PontEecen en PontMeyer Services BV). Vanwege het feit dat het verschuivingen binnen concernverband betrof, kan verdedigd worden dat dat in het onderhavige geval niet vereist is. Deze vraag, evenals de vraag of het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken, kan onbeantwoord blijven, omdat het concurrentiebeding in zijn geheel niet wordt overtreden omdat geen sprake is van indiensttreding 'bij enige onderneming die zich direct of indirect gaat bezighouden of bezighoudt met de handel van producten die overeenkomen met de producten zoals deze door de werkgever worden verhandeld'. Werknemer was laatstelijk immers werkzaam bij de verzekeringspoot van werkgever. Volgt afwijzing van de vordering van de werkgever.