Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Zuwe Zorg
Rechtbank Midden-Nederland, 13 juli 2011
ECLI:NL:RBUTR:2011:BR1276

werkneemster/Zuwe Zorg

Ontslag 60-jarige werkneemster kennelijk onredelijk wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever. Toewijzing vordering herstel dienstbetrekking

Werkneemster is in dienst van Zuwe Zorg, laatstelijk in de functie telefoniste/receptioniste. Op 4 december 2007 heeft werkneemster zich ziek gemeld vanwege psychische en somatische klachten. In de periode september 2008 tot september 2009 wordt werkneemster begeleid bij re-integratie in het tweede spoor. De re-integratie in het tweede spoor slaagt uiteindelijk niet, volgens het re-integratiebureau 'vanwege in de persoon gelegen factoren'. Na verkregen toestemming van UWV WERKbedrijf zegt Zuwe Zorg de arbeidsovereenkomst met werkneemster wegens langdurige arbeidsongeschiktheid op tegen 1 februari 2011. Thans vordert werkneemster primair herplaatsing in haar eigen functie en subsidiair schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat de bedrijfsarts werkneemster vanaf 31 augustus 2009 in staat acht om haar eigen werk te verrichten op een andere werkplek, onder de voorwaarde dat er sprake is van een steunende houding van haar werkomgeving. Ook staat vast dat werkneemster niet haar eigen functie heeft hervat en onduidelijk is wat Zuwe Zorg nadien heeft gedaan om werkneemster aan het werk te krijgen. Nu Zuwe Zorg niet heeft aangetoond dat zij voldaan heeft aan haar re-integratieverplichtingen en de overige omstandigheden van dit geval in aanmerking nemende, waaronder de leeftijd van werkneemster bij ontslag (60 jaar), haar niet rooskleurige positie op de arbeidsmarkt, het lange dienstverband (11 jaar) en het feit dat Zuwe Zorg geen (financiële) voorziening voor werkneemster heeft getroffen, is de kantonrechter van oordeel dat het ontslag kennelijk onredelijk is.

Werkneemster vordert primair toelating tot het werk. Deze vordering veronderstelt de aanwezigheid van een dienstverband tussen partijen. Nu de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 februari 2011 door opzegging is geëindigd, wordt aangenomen dat werkneemster haar vordering baseert op het bepaalde in artikel 7:682 lid 1 BW, te weten het herstel van de dienstbetrekking. Nu werkneemster toelating tot haar eigen werk vordert, en gesteld noch gebleken is dat dit niet mogelijk is, zal Zuwe Zorg veroordeeld worden het dienstverband te herstellen. Aan deze veroordeling wordt geen dwangsom gekoppeld, nu werkneemster dit niet gevorderd heeft. Indien onverhoopt terugkeer in eigen (of passend) werk niet mogelijk of wenselijk is, zal Zuwe Zorg aan werkneemster een afkoopsom als bedoeld in artikel 7:682 lid 3 BW dienen te betalen. De hoogte van deze afkoopsom wordt ambtshalve bepaald op het bedrag dat werkneemster heeft gevorderd aan schadevergoeding (€ 16.942,78). Dit bedrag dient netto betaald te worden, omdat het aangemerkt dient te worden als een boete wegens het niet nakomen van een veroordeling.