Rechtspraak
appellant/Nova Dia BV
Nova Dia heeft appellant op grond van een overeenkomst van opdracht in de periode van 27 februari 2006 tot en met 2 februari 2009 gedetacheerd bij ASR Verzekeringen (hierna: ASR). Appellant heeft het aantal door hem bij ASR gewerkte uren ingevuld op zogeheten urenlijsten. Die lijsten werden maandelijks door ASR afgetekend en ingediend bij Nova Dia. Op basis van de lijsten werden de gewerkte uren door Nova Dia aan appellant uitbetaald en aan ASR gefactureerd. ASR heeft op 2 februari 2009 de detachering van appellant beëindigd. ASR heeft Nova Dia aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade ten gevolge van de door appellant ten onrechte als 'gewerkt' opgegeven uren die door Nova Dia aan ASR zijn gefactureerd en door ASR aan Nova Dia zijn betaald. Nova Dia heeft vervolgens appellant aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade. Er blijkt een verschil van 452,18 uren tussen het aantal gewerkte uren zoals dit door appellant is ingevuld en de uren die appellant volgens de pasregistratie aanwezig was. Volgens de rechtbank heeft appellant de zorgplicht als goed opdrachtnemer geschonden en is hij derhalve toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn overeenkomst. In hoger beroep stelt appellant zich onder meer op het standpunt dat gebruikmaking van de geregistreerde aankomst- en vertrektijden (de zogenoemde pasregistratie) onwettig bewijs is, want in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).
Het hof oordeelt als volgt. Ook indien het ervoor zou moeten worden gehouden dat het door ASR registreren van de aankomst- en vertrektijden van haar werknemers, waaronder appellant, in strijd is met de Wbp en/of de Wet op de ondernemingsraden en dat ASR daarmee onrechtmatig jegens appellant heeft gehandeld – betekent zulks nog niet dat Nova Dia onrechtmatig jegens appellant heeft gehandeld door de betreffende gegevens in de onderhavige procedure aan haar vordering ten grondslag te leggen. Uitgangspunt is immers dat het gebruik in een civiele procedure van door een ander op onrechtmatige wijze verkregen bewijs niet per definitie onrechtmatig is en zou moeten worden uitgesloten, maar slechts indien daartoe bijzondere omstandigheden aanwezig zijn in het kader van een afweging van de betrokken belangen in het concrete geval. Dergelijke bijzondere omstandigheden zijn door appellant niet (voldoende) gesteld dan wel anderszins gebleken. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat het belang van appellant om verschoond te blijven van het gebruik door Nova Dia van het door ASR (veronderstellenderwijs) onrechtmatig verkregen bewijs dient te prevaleren boven het zwaarwegende belang van Nova Dia bij de waarheidsvinding in de onderhavige procedure. Volgt bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank.