Naar boven ↑

Rechtspraak

X/Inclusion
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 13 juli 2011
ECLI:NL:RBHAA:2011:BR4099

X/Inclusion

Kwalificatie services agreement. Gezien de partijbedoeling en feitelijke uitvoering is sprake van een overeenkomst van opdracht

Op 24 februari 2006 heeft Inclusion met International Triangle Services Finance BV (hierna: ITS), vertegenwoordigd door X, een ‘services agreement’ gesloten voor een periode van drie jaar, met de mogelijkheid van tussentijdse opzegging. Aan X is per e-mail geschreven dat er een arbeidscontract zal worden opgesteld tussen hem en Inclusion voor de periode 1 april 2006 tot en met 17 juli 2008. Op 27 februari 2009 heeft Inclusion laten weten de services agreement niet te willen verlengen. Eind januari 2011 heeft Inclusion laten weten dat er geen werk meer voorhanden is. X stelt dat hij werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst en vordert loon.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen verschillen van mening ten aanzien van het antwoord op de vraag of de tussen hen gesloten overeenkomst van opdracht per 1 april 2006 is gewijzigd in een arbeidsovereenkomst. X heeft zijn stelling dat sprake is van een arbeidsovereenkomst krachtens erkenning daarvan door Inclusion onvoldoende onderbouwd. Inclusion heeft op 16 januari 2008 weliswaar geschreven dat er een arbeidscontract zal worden opgemaakt tussen partijen, maar deze mededeling moet worden gelezen in samenhang met de overige zaken die partijen nader met elkaar wensten te regelen. X heeft niet weersproken dat de arbeidsovereenkomst om fiscale redenen (vanwege werk in Egypte) is gesloten. Dat partijen de bedoeling hadden ook in civielrechtelijke zin een arbeidsovereenkomst aan te gaan, is niet gebleken.

Vervolgens is de vraag aan de orde of de wijze waarop partijen invulling hebben gegeven aan de overeenkomst er niettemin toe leidt dat de rechtsverhouding tussen hen moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. De tekst en inhoud van de services agreement duiden er op dat Inclusion en ITS een overeenkomst van opdracht zijn aangegaan. Gezien bepalingen in de overeenkomst die uitdrukkelijk wijzen op een overeenkomst van opdracht, laat de overeenkomst geen andere conclusie toe dan dat partijen hebben beoogd een overeenkomst van opdracht te sluiten. Daarbij weegt mee dat X namens ITS de overeenkomst heeft ondertekend. Verder is van belang dat X geen vergoeding kreeg voor de dagen dat hij niet werkte (ongeacht de reden) en er geen afspraken zijn gemaakt over in welke mate arbeid moet worden verricht. Het feit dat er betalingen aan ITS zijn gedaan, maakt nog niet dat voldaan is aan het looncriterium. Ook bij een overeenkomst van opdracht zullen betalingen moeten worden gedaan. Niet vast is komen te staan dat X de werkzaamheden heeft verricht of dat het hem niet vrijstond zich te laten vervangen. Tot slot is niet gebleken dat sprake was van een gezagsverhouding. Ook bij een overeenkomst van opdracht is de opdrachtnemer gehouden de aanwijzingen op te volgen van de opdrachtgever over de uitvoering van de opdracht. Dat alleen duidt nog niet op een gezagsverhouding. De conclusie luidt dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Volgt afwijzing van de vorderingen.