Rechtspraak
Gecon/werknemer
Werkneemster, in dienst van Gecon, is op 11 maart 2011 op staande voet ontslagen. Gecon stelt dat werkneemster bedrijfsvertrouwelijke informatie aan concurrerende ondernemingen heeft doorgestuurd. Verder heeft werkneemster onder meer vacatures ten behoeve van andere ondernemingen en/of personen dan die bij de onderneming van Gecon werkzaam zijn opgesteld en heeft ze gegevens van werknemers van Gecon aan derden verstrekt. Thans verzoekt Gecon voorwaardelijke ontbinding wegens een dringende reden.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Toewijzing van een ontbindingsverzoek op basis van een dringende reden na enkel een mondelinge behandeling is slechts op haar plaats indien iedere twijfel met betrekking tot de dringende reden uitgesloten is, zowel voor wat betreft het onderliggende feitensubstraat als voor de juridische duiding daarvan. Dit is hier niet het geval. Door werkneemster worden immers de door Gecon gestelde feiten en/of omstandigheden die een dringende reden zouden opleveren, gemotiveerd en op alleszins aannemelijk te achten wijze betwist. Werkneemster stelt dat het niet alleen bij Gecon maar in de gehele branche gebruikelijk was en is dat gegevens van uitzendkrachten uitgewisseld worden. Hoewel Gecon dit op haar beurt betwist, is allerminst onomstotelijk komen vast te staan dat werkneemster zich aan voor de uitzendsector, althans bij Gecon, zowel ongebruikelijke als verboden handelingen en methoden schuldig gemaakt heeft. Op grond van de door partijen in het geding gebrachte stukken en hetgeen zij hebben verklaard, is het gelijk van Gecon niet vast te stellen. Het primaire verzoek wordt afgewezen.
Wel oordeelt de kantonrechter dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, die aan Gecon is te wijten. Het vertrouwensverlies is ontstaan doordat werkneemster (naast haar dienstverband met Gecon) bij een ander uitzendbureau ging werken, waarvan Gecon op de hoogte was. Verder is er geen intern reglement over omgang met andere uitzendorganisaties en onderling werkverkeer en heeft werkneemster niet de gelegenheid gekregen haar werkzaamheden te hervatten en daarbij rekening te houden met eventueel gewenste verscherpte reglementering. Gelet op de duur van het dienstverband van werkneemster bij Gecon (vijf jaar), haar leeftijd (bijna 36 jaar), de hoogte van haar loon (€ 2.773 bruto per maand exclusief vakantiebijslag) en haar kansen op de arbeidsmarkt (die relatief gezien niet zonder meer ongunstig zijn) acht de kantonrechter een vergoeding van € 25.000 bruto geïndiceerd.