Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Marshall Motors
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 24 juni 2011
ECLI:NL:OGHACMB:2011:BR5541

werknemer/Marshall Motors

Ontslag op staande voet wegens vermeende diefstal rechtsgeldig, ondanks invrijheidstelling door rechter-commissaris wegens niet voldoen aan delictsomschrijving

Werknemer was in dienst van Marshall Motors. Hij is op staande voet ontslagen wegens (verdenking van) betrokkenheid bij ontvreemding van goederen van de werkgever. Uit getuigenverklaringen in eerste aanleg, alsmede de verklaring van werknemer bij de politie zou zijn gebleken dat werknemer de goederen in een doos klaarzette, zodanig dat de kassier deze niet zag. De verdachten van de diefstal hebben voorts verklaard dat werknemer in het complot zat. Het Gerecht in Eerste Aanleg heeft het ontslag op staande voet rechtsgeldig geoordeeld.

Het Hof oordeelt als volgt. De verschillende verklaringen ter zake de vermeende diefstal/vervreemding komt het Hof juist voor. Aan de overtuiging van het Hof doet niet af dat de rechter-commissaris de invrijheidsstelling van werknemer heeft gelast, dat er kennelijk geen aanstalten wordt gemaakt tot strafvervolging, dat de juiste omvang van de vervreemdingen niet vaststaat, dat de corpora delicti ontbreken, dat het een drukke dag was, dat werknemer niet werkzaam is in de klantenruimte maar als salesman achter de balie in de auto-onderdelenverkoopafdeling, dat werknemer niet belast is met het toezicht in de klantenruimte en dat er surveillancecamera's zouden zijn. Met het GEA is het Hof, rekening houdende met alle omstandigheden, van oordeel dat de betrokkenheid van werknemer bij de ontvreemdingen het ontslag op staande voet rechtvaardigt.