Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Den Haag, 27 juli 2011
ECLI:NL:RBSGR:2011:BT6233

werknemer/werkgever

Twee jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst heeft touringcarchauffeur het recht verwerkt zijn loonstroken en urenstaten ter discussie te stellen. Niet-ontvankelijkheid

Werknemer is tot 1 september 2006 in dienst geweest als touringcarchauffeur. Op de arbeidsovereenkomst was de CAO Besloten Busvervoer van toepassing. Thans vordert werknemer loon. Hij stelt dat werkgever de cao onjuist heeft toegepast ten aanzien van rust- en feestdagen, berekening uren tijdens meerdaagse reizen, vrije dagen, spaaruren toeslagen enzovoort.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Maandelijks werden aan werknemer loonstroken en urenstaten verstrekt. Het wel reageren op het punt van onkosten bij meerdaagse reizen, maar het achterwege laten van reclame betreffende de andere financiƫle verplichtingen van werkgever, merkt de kantonrechter aan als een handelen en/of nalaten van werknemer waardoor werkgever door tijdsverloop in een nadelige positie wordt gebracht. Nu er geen termijn is overeengekomen waarbinnen van de werknemer verwacht wordt bezwaar te maken tegen de inhoud van de loonstroken en urenstaten, wordt deze termijn onder verwijzing naar eerdere rechtspraak en het rechtsbeginsel dat men binnen bekwame tijd dient te protesteren, op twee maanden vastgesteld. Ruim twee jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst heeft werknemer het recht verwerkt de specificaties op urenstaten en loonstaten ter discussie te stellen. De verjaringstermijn van vijf jaren staat er niet aan in de weg dat op grond van redelijkheid en billijkheid een vorderingsrecht op korte termijn verloren gaat (HR 8 december 1989, NJ 1990, 474). Werknemer wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen.