Naar boven ↑

Rechtspraak

Ventilex BV/werknemer
Hoge Raad, 28 oktober 2011
ECLI:NL:HR:2011:BT2698

Ventilex BV/werknemer

Afwijzing verzoek tot herroeping ontbindingsbeschikking. Niet betrekken van daags voor de zitting toegezonden stukken door werkgever leidt niet tot schending van hoor- en wederhoor

Bij beschikking van 12 oktober 2009 heeft de Kantonrechter Apeldoorn de arbeidsovereenkomst tussen Ventilex en werknemer ontbonden onder toekenning van een vergoeding aan werknemer van € 570.000. Bij beschikking van 29 maart 2010 heeft de kantonrechter te Apeldoorn het (eerste) verzoek van Ventilex tot herroeping van de beschikking van 12 oktober 2009, alsmede het zelfstandig tegenverzoek van werknemer tot herroeping van die beschikking, afgewezen. Bij inleidend verzoekschrift van 7 juli 2010 heeft Ventilex de kantonrechter te Apeldoorn, (wederom) verzocht het geding te heropenen. Ventilex verzoekt de kantonrechter hetzij te ontbinden wegens een dringende reden, hetzij te ontbinden op grond van veranderingen van de omstandigheden maar dan zonder toekenning van een vergoeding. De kantonrechter heeft de zaak mondeling behandeld op 23 september 2010. Daags tevoren, op 22 september 2010, heeft Ventilex nadere stukken overgelegd. Bij beschikking van 1 oktober 2010 heeft de kantonrechter het verzoek afgewezen. Tegen dit oordeel – afwijzing van herroepingsverzoek – keert Ventilex zich in cassatie. Zij stelt onder meer dat sprake is van schending van hoor- en wederhoor, waardoor zij ontvankelijk is in haar cassatieberoep.

De advocaat-generaal concludeert als volgt. Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of Ventilex ontvankelijk is in cassatie. Met een beroep op het arrest van de Hoge Raad van 16 maart 2007, LJN AZ1490, betoogt Ventilex vervolgens dat zij in cassatie ook schending van een fundamenteel rechtsbeginsel aan de orde kan stellen. In geval van toewijzing van het verzoek tot herroeping zou het arrest van de Hoge Raad van 19 december 2003, LJN AN7890 gelden. Daarin is beslist dat de beslissing van de kantonrechter in het heropende geding een beschikking is als bedoeld in artikel 7:685 BW, dat ingevolge lid 11 van deze bepaling tegen een dergelijke beschikking hoger beroep noch cassatie kan worden ingesteld en dat, indien al grond zou bestaan dit rechtsmiddelenverbod te doorbreken, tegen de beschikking hoger beroep zou moeten zijn ingesteld. Dit uiteenlopen van de verschillende rechtsmiddelen maakt het systeem van appèl en cassatie bij herroeping en heropening van het geding er niet gemakkelijker op. Daarbij komt voorts dat herroeping een buitengewoon rechtsmiddel is dat slechts is toegelaten op bepaalde in de wet opgenomen gronden. Gelet op de ruime formulering die de Hoge Raad in het hiervoor geciteerde arrest heeft gebruikt, meent de A-G dat in dit geval – kort gezegd – schending van hoor en wederhoor als cassatiegrond kan worden aangevoerd en dat voor het overige de gronden van artikel 80 lid 1 onder a tot en met d Wet RO van toepassing zijn.

Kern van de eerste klacht betreft de afwijzing van het verzoek om aanhouding en het oordeel van de kantonrechter om de nadere door Ventilex overgelegde producties niet in het oordeel van de zaak te betrekken. De klacht faalt. Met betrekking tot de vraag of stukken tijdig zijn ingediend is ingevolge de uitspraak van de Hoge Raad van 29 november 2002 'de goede procesorde' bepalend. Voorop staat dat werknemer bezwaar heeft gemaakt tegen het daags voor de zitting indienen van producties door Ventilex. Het naar aanleding van dit bezwaar gegeven oordeel van de kantonrechter of de stukken tijdig zijn overgelegd berust vooral op een waardering van feitelijke aard waardoor het oordeel in cassatie slechts beperkt toetsbaar is. Volgens de A-G kan het oordeel van de kantonrechter de toets doorstaan: aan de beslissing om geen kennis te nemen van de stukken en deze terug te geven aan Ventilex ligt het oordeel ten grondslag dat het gaat om 'een groot aantal' (omvang) en 'voornamelijk Engelstalige stukken' (aard), hetgeen de kantonrechter in strijd met de goede procesorde acht. Dit is de juiste maatstaf. De kantonrechter heeft vervolgens het uitstelverzoek afgewezen met de motivering dat Ventilex had kunnen wachten met het indienen van het herroepingsverzoek. De kantonrechter heeft zich derhalve een oordeel gevormd of en zo ja, welke maatregel genomen zou moeten worden om een voldoende kennisneming en voorbereiding van een reactie van werknemer alsnog mogelijk te maken. Ook hier is de juiste maatstaf toegepast. Het stond de kantonrechter vrij het uitstelverzoek af te wijzen. Het beginsel van hoor en wederhoor is daarom niet geschonden.

De Hoge Raad oordeelt als volgt. De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 Wet RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.