Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Land Sint Maarten
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 30 september 2011
ECLI:NL:OGHACMB:2011:BU3523

werknemer/Land Sint Maarten

Arbeidscontractant mocht er niet op vertrouwen dat hij een nieuwe arbeidsovereenkomst kreeg, ondanks toezegging niet-bevoegde ambtenaren. Goed werkgeverschap niet van toepassing op verhouding met arbeidscontractant. Geen onrechtmatige daad

Werknemer (arbeidscontractant) stelt zich op het standpunt dat hij een nieuwe arbeidsovereenkomst is aangegaan met het Land, dan wel – indien de ambtenaren onbevoegd waren hem een arbeidsovereenkomst voor te houden – sprake is van onrechtmatig handelen van het Land.

Het Gemeenschappelijk Hof oordeelt als volgt. Voorop wordt gesteld dat het van groot belang is in een kleinschalige samenleving als de Sint Maartense, waar persoonlijke verhoudingen een grote rol spelen en een expliciete weigering niet gemakkelijk wordt gegeven, dat regels inzake de bevoegdheid en formele besluitvorming strikt in acht worden genomen (vgl. bijvoorbeeld GHvJNAA 30 januari 2001, NJ 2001, 579). Op grond van de destijds geldende Eilandenregeling Nederlandse Antillen (ERNA) berustte de bevoegdheid om een arbeidsovereenkomst met werknemer aan te gaan bij het Bestuurscollege van het Eilandgebied Sint Maarten. Voorts werd het Eilandgebied Sint Maarten in en buiten rechte vertegenwoordigd door de Gezaghebber van het Eilandgebied Sint Maarten. Uit niets is gebleken dat de ambtenaren X, Y en Z een volmacht hadden noch dat werknemer hierop mocht vertrouwen.

Het Hof volgt werknemer niet in zijn standpunt dat het Eilandgebied heeft gehandeld in strijd met de precontractuele goede trouw door de afgeronde onderhandelingen af te breken en te weigeren om de door werknemer geleden schade te vergoeden. Van onderhandelingen in het kader van een precontractuele fase met het ter zake bevoegde Bestuurscollege was immers geen sprake. Bovendien kunnen de gesprekken van werknemer met ambtenaren en de gedeputeerde niet worden aangemerkt als zodanige onderhandelingen. De inspanningen van de ambtenaren waren slechts gericht op de voorbereiding van een ambtelijk advies aan het Bestuurscollege over het aanbieden van een nieuwe arbeidsovereenkomst aan werknemer, rekening houdend met de wensen van werknemer over betere arbeidsvoorwaarden. Nog daargelaten dat ingevolge artikel 7A:1613x lid 2 BW op arbeidscontracten zoals die van werknemer de bepalingen over de arbeidsovereenkomst van boek 7A BW niet van toepassing zijn, dus ook artikel 7A:1614y BW niet, en geen uitzondering op deze regel door werknemer aannemelijk is gemaakt, is het Hof niet van oordeel dat het Eilandgebied in strijd met normen van goed werkgeverschap heeft gehandeld. Anders dan werknemer stelt, heeft het Eilandgebied niet een aanbod voor een nieuwe arbeidsovereenkomst ingetrokken, reeds nu van een aanbod door het ter zake bevoegde Bestuurscollege geen sprake was. Voorts volgt, ook indien werknemer er door gedragingen en uitlatingen van ambtenaren en een gedeputeerde op vertrouwde dat het Eilandgebied met hem een nieuwe arbeidsovereenkomst zou aangaan, niet dat het Eilandgebied hem, zoals hij stelt, heeft weerhouden om een baan in Nederland te accepteren.

Volgt afwijzing vorderingen.