Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland, 16 november 2011
ECLI:NL:RBHAA:2011:BU7574
werkneemster/Merck Sharp : Dohme BV
Werkneemster is op 1 juni 2007 in de functie van Medical Adviser in dienst getreden van Organon Nederland BV. Organon Nederland BV is ten gevolge van een juridische fusie op 1 oktober 2009 opgegaan in Schering-Plough Nederland BV. Per 1 april 2011 is Schering-Plough opgegaan in MSD. In verband met de gevolgen van deze fusies is een Sociaal Plan 2010-2011 MSD in Nederland tot stand gekomen, dat de status heeft van een cao. De functie van werkneemster is komen te vervallen. Werkneemster heeft een functie op een nieuwe standplaats niet aanvaard en heeft op 21 oktober 2010 een vaststellingsovereenkomst getekend, waarbij een beëindigingsvergoeding is overeengekomen. Werkneemster heeft MSD bericht dat zij per 1 februari 2011 (tijdens de wachttijd en opzegtermijn) 'nevenwerkzaamheden' heeft aanvaard bij Mijn Zorgnet BV. Artikel 2 van de vaststellingsovereenkomst bepaalt dat de aanspraak op loon vervalt bij eerdere uitdiensttreding dan per de beëindigingsdatum. In geschil is of MSD gehouden is vanaf 1 februari 2011 het loon tot het einde van het dienstverband (1 mei 2011) te betalen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst vormt een uitwerking van het sociaal plan. Het – ook voor werkneemster kenbare – doel van de beëindigingsregeling, te weten het op basis van het gelijkheidsbeginsel begeleiden naar ander werk en compenseren van (toekomstig) inkomensverlies van de werknemer, staat eraan in de weg dat een werknemer de werking van artikel 2 omzeilt door wel elders in dienst te treden maar de overeenkomst met MSD niet op te zeggen. Bovendien ontvangt werkneemster uit het dienstverband met Mijn Zorgnet BV een hoger bruto maandsalaris dan bij MSD, zodat van inkomensverlies geen sprake is. De loonvordering van werkneemster wordt derhalve afgewezen.
Voorts verschillen partijen nog van mening over de hoogte van de beëindigingsvergoeding. Vast staat dat MSD een fout in de berekening van de aan werkneemster toe te kennen vergoeding heeft gemaakt, door ten onrechte uit te gaan van een basissalaris van werkneemster alsof zij een fulltime dienstverband had, terwijl zij voor 66,25% werkzaam was bij MSD. Werkneemster heeft het berekeningsblad ontvangen waarin, ook zonder exacte controle van de berekening, direct valt te zien dat van een onjuist basissalaris is uitgegaan. Zij kon en mocht er derhalve niet van uitgaan dat zij de in de vaststellingsovereenkomst genoemde, op dat onjuiste basissalaris gebaseerde, vergoeding zou ontvangen, hoezeer ook voorstelbaar is dat zij de berekening niet precies is nagelopen. Dat brengt mee dat de vordering van het meerdere dan wat haar op basis van de juiste berekening toekwam, een rechtsgrond ontbeert. Volgt afwijzing van de vordering.