Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster c.s.
Rechtbank Rotterdam, 7 december 2011
ECLI:NL:RBROT:2011:BU8430

werknemer/werkgeefster c.s.

Aansprakelijkstelling voor bedrijfsongeval vrachtwagenchauffeur van elf jaar geleden, leent zich niet voor behandeling in een deelgeschilprocedure

Op 29 mei 2000 is werknemer, die destijds op basis van een jaarcontract in dienst was in de functie van vrachtwagenchauffeur, onder werktijd een ongeval overkomen. Twee bundels stalen staven (1280 kilo) zijn op de voeten van werknemer terecht gekomen. De arbeidsovereenkomst van werknemer is niet verlengd. Werknemer heeft geen werkzaamheden meer kunnen verrichten en ontvangt een uitkering op grond van 80-100% arbeidsongeschiktheid. In de onderhavige deelgeschilprocedure stelt hij werkgever op grond van artikel 7:658 BW dan wel 7:611 BW aansprakelijk voor de schade als gevolg van het ongeval. Ook het bedrijf waar het ongeval plaatsvond en de verzekeraar worden aansprakelijk gesteld.

De kantonrechter oordeelt dat het onderhavige geschil zich niet voor beoordeling in een deelgeschilprocedure leent. Gelet op hetgeen partijen over en weer naar voren hebben gebracht, wordt vastgesteld dat het bereiken van een vaststellingsovereenkomst nog ver weg lijkt, temeer nu er (in het geheel) geen onderhandelingen tussen partijen gaande zijn en werkgever en het bedrijf waar het ongeval plaatsvond (onder andere vanwege het verjaringsvraagstuk) niet bereid zijn gebleken om na een beslissing in deze kwestie te gaan onderhandelen. Ook de feitelijke toedracht van het ongeval is in geschil en voorzienbaar is dat het vaststellen van die toedracht gepaard zal gaan met (overwegend) getuigenbewijs, met alle tijd, kosten en moeite vandien. Ook al zou in deze procedure beslist (kunnen) worden dat werkgever en/of het bedrijf waar het ongeval plaatsvond aansprakelijk is voor (de schade voor werknemer als gevolg van) het ongeval in 2000, dan zal dit niet leiden tot het openen van de onderhandelingen gericht op buitengerechtelijke beslechting van het geschil. Volgt afwijzing van de vordering.