Naar boven ↑

Rechtspraak

Albayrak/Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers
Gerechtshof Den Haag, 10 januari 2012
ECLI:NL:GHSGR:2012:BV0438

Albayrak/Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers

Opheffing non-actiefstelling Albayrak wegens onzorgvuldig handelen werkgever en niet nakomen non-actiefstellingsbepaling uit de cao

(Hoger beroep van AR 2011-0877.) Albayrak is sinds maart 2001 in dienst bij het COA en vervult daar sinds januari 2004 de functie van Algemeen Directeur. Op 1 januari 2011 is de structuur van COA gewijzigd als gevolg van een wijziging in de Wet COA, wat onder meer betekent dat COA een raad van bestuur krijgt met een bestuursvoorzitter. De raad van toezicht had op 14 september 2011 aan de minister Albayrak voor benoeming als bestuursvoorzitter van COA voorgedragen. Het departement, de raad van toezicht van COA en Albayrak waren in gesprek over haar salariëring en de zogenoemde Balkenende-norm. Op 18 september 2011 vond een uitzending van de NOS plaats over het werkklimaat en de angstcultuur binnen COA die men toeschreef aan het functioneren van de Algemeen Directeur. Albayrak werd op 27 september 2011 op non-actief gesteld hangende het onderzoek naar salarisbetalingen en vergoedingen binnen COA. Albayrak heeft vervolgens opheffing van de non-actiefstelling(en) en wedertewerkstelling gevorderd. De voorzieningenrechter heeft de vordering afgewezen.

Het hof oordeelt als volgt. Tussen partijen bestaat een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Daarop is de CAO Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening (hierna: de cao) van toepassing. De cao bevat een regeling met betrekking tot schorsing voor het geval sprake is van een vermoeden dat er reden is om de werknemer op staande voet te ontslaan (artikel 2.8.1). Voorts bevat de cao een regeling met betrekking tot op non-actiefstelling (artikel 2.8.2) voor het geval de voortgang van de werkzaamheden – door welke oorzaak ook – ernstig wordt belemmerd. De raad van toezicht kon tot de conclusie komen dat het ingestelde onderzoek alleen dan optimaal kon plaatsvinden, wanneer Albayrak tijdens dat onderzoek niet aanwezig was. Zij was immers zelf mede onderwerp van onderzoek. Wel is het hof van oordeel dat de taad van toezicht bij de op non-actiefstelling meer zorgvuldigheid had kunnen betrachten door Albayrak eerst de gelegenheid te geven om gehoord te worden en haar zienswijze te geven en desgewenst zelf tijdelijk betaald verlof op te nemen. Een en ander leidt echter naar het oordeel van het hof niet tot het oordeel dat een ordemaatregel ten aanzien van de op non-actiefstelling van 27 september 2011 toewijsbaar is.

Op 11 oktober 2011 is Albayrak aansluitend opnieuw op non-actief gesteld, nu in verband met een onderzoek naar onder meer het werkklimaat in opdracht van minister Leers. Dit onderzoek heeft mede als doel om aanbevelingen te doen voor het optimaal functioneren van COA als onderdeel van de vreemdelingenketen, waaronder de bestuursstructuur en al dan niet als ZBO. Het hof is van oordeel dat in het kader van de op non-actiefstelling van 11 oktober uit het oog is verloren dat de op non-actiefstelling beperkt moet blijven tot dat gedeelte van het onderzoek dat op de persoon en het functioneren van Albayrak betrekking heeft en dat ervoor moet worden gezorgd dat dit gedeelte van het onderzoek zo voortvarend mogelijk plaatsvindt. Voorts is door COA onvoldoende gedaan om ervoor te zorgen dat binnen de organisatie duidelijk was en bleef dat de op non-actiefstelling tijdelijk is. Daarom wordt de op non-actiefstelling opgeheven. Daarbij is door het hof aangegeven dat – naar mate de onderzoeken voor Albayrak positief uitvallen – rehabilitatie plaats zal moeten vinden.

Voor zover er een probleem mocht ontstaan doordat de benoeming van K (interim-bestuurder) – waarvan meer dan eens uitdrukkelijk door COA is aangegeven, laatstelijk bij pleidooi in hoger beroep, dat die tijdelijk is en op ieder gewenst moment kan worden beëindigd – niet tegelijk met of kort na de opheffing van de op non-actiefstelling wordt beëindigd en de minister Albayrak niet alsnog in de functie van bestuursvoorzitter benoemt – het hof heeft er nota van genomen dat door de raadsvrouwe van COA bij het pleidooi in hoger beroep uitdrukkelijk is bevestigd dat haar de dag vóór dat pleidooi desgevraagd nog is bevestigd dat de minister niet heeft besloten om af te zien van benoeming van Albayrak als zodanig – dan acht het hof partijen voldoende in staat om daarvoor een werkbare oplossing te vinden. Immers, waar een wil is, is een weg.