Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/PKF Wallast
Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2011
ECLI:NL:RBSGR:2011:BV1548

werknemer/PKF Wallast

Vervolg tussenbeschikking. Nu de verjaring tijdig is gestuit, is PKF Wallast aansprakelijk voor de RSI-klachten van werknemer

Bij tussenbeschikking (AR 2011-0925) is geoordeeld dat indien het verweer van PKF Wallast met betrekking tot verjaring niet slaagt, geoordeeld moet worden dat PKF Wallast op grond van artikel 7:658 BW jegens werknemer aansprakelijk is voor de schade (RSI-klachten) die hij tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden bij PKF Wallast heeft opgelopen. Tussen partijen staat vast dat de verjaring in ieder geval bij brief van 1 juli 2005 namens werknemer (tijdig) is gestuit. Beoordeeld moet worden of er nadien (en vóór 2 juli 2010) nogmaals een rechtsgeldige stuitingshandeling door werknemer is verricht. Geoordeeld wordt dat de verjaring bij brief van 31 oktober 2008 tijdig is gestuit. PKF Wallast had uit de mededeling van de advocaat van werknemer behoren te begrijpen dat werknemer het voornemen had PKF Wallast in rechte te betrekken. PFK Wallast heeft onvoldoende onderbouwd waarom de aankondiging om PKF Wallast in rechte te betrekken niet serieus genomen behoefde te worden. Het verzoek van werknemer om te bepalen dat PKF Wallast op grond van artikel 7:658 BW jegens werknemer aansprakelijk is voor de schade die hij tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden bij PKF Wallast heeft opgelopen, wordt toegewezen.