Rechtspraak
werknemer/Fronions BV
Werknemer (53 jaar) is sinds 2003 in dienst van X. Dit bedrijf is overgenomen door Y. De activiteiten van Y leverden in 2008 een verlies op van ruim € 1,4 miljoen. De activiteiten van Y zijn daarna ondergebracht in Z, waardoor werknemer in loondienst van Z is. Y heeft de aandelen van Z verkocht en op 31 augustus 2009 geleverd aan Subzero Frozen. Eind 2009 is de naam van Z veranderd in Fronions BV. Na verkregen toestemming heeft Fronions de arbeidsovereenkomst met werknemer per 14 maart 2010 opgezegd. Werknemer vordert schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Hij stelt dat sprake is van een valse reden voor het ontslag. Er is gekozen voor een sterfhuisconstructie ten koste van de belangen van het personeel.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het moet ervoor worden gehouden dat Y de zwaar verliesgevende activiteiten bewust heeft ondergebracht in een aparte vennootschap om te voorkomen dat de gehele onderneming daardoor ten onder zou gaan: een sterfhuisconstructie. Uit het door werknemer overgelegde overzicht van de publicatiebalansen van Y mag worden afgeleid dat Y voldoende middelen had om een voorziening te treffen voor het personeel van de nieuwe vennootschap dat mogelijk zou moeten afvloeien. Niet Fronions zelf maar haar oprichter en de nieuwe aandeelhouder Subzero zijn jegens het personeel tekortgeschoten. Het is echter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aanvaardbaar dat het personeel de dupe zou worden van de gekozen sterfhuisconstructie zonder passende voorziening voor het personeel. Daarom wordt het tekortschieten van haar oprichter en nieuwe aandeelhouder toegerekend aan Fronions als werkgever. Het voortbestaan van Fronions tot nu toe is mede afhankelijk geweest van kapitaalinjecties door de nieuwe aandeelhouder. Niet gezegd kan daarom worden dat de voor het ontslag opgegeven bedrijfseconomische redenen vals of voorgewend zijn geweest. Nu de oprichter en de nieuwe aandeelhouder zijn tekortgeschoten door geen voorziening te treffen, mag het ontbreken van zo’n voorziening geen reden zijn om een schadevergoeding achterwege te laten. Het gaat niet aan om de gevolgen van de sanering geheel op de werknemers af te wentelen, nu dat had kunnen worden voorkomen. Op grond van het gevolgencriterium wordt het ontslag kennelijk onredelijk geacht. Werknemer heeft aanspraak gemaakt op het inkomensverlies over de maximale uitkeringsduur, totaal € 20.160,64 netto. Bruto levert dat een bedrag op van € 34.690,75, terwijl de neutrale kantonrechterformule uitkomt op € 29.681,88 bruto. Indien een passende voorziening was getroffen in de vorm van een sociaal plan, dan zou dat waarschijnlijk zijn gerelateerd aan de kantonrechtersformule. Vele varianten zijn in dit opzicht mogelijk, maar nu daarover geen gegevens voorhanden zijn, komt het in dit geval billijk en passend voor een schadevergoeding toe te kennen ter hoogte van de neutrale kantonrechtersformule.