Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Reinier Adriaan Oskamp qq, curator in faillissement Stichting Nederlandse Moslimomroep
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 18 januari 2012
ECLI:NL:RBAMS:2012:BV3833

werknemer/Reinier Adriaan Oskamp qq, curator in faillissement Stichting Nederlandse Moslimomroep

Loonvordering op grond van beëindigingsregeling dient na faillissement Nederlandse Moslimomroep op lijst met erkende preferente vorderingen te worden geplaatst. Rechtsverwerking bodemprocedure ontslag op staande voet

Werknemer is sinds 1997 als algemeen directeur in dienst van de Stichting Nederlandse Moslimomroep (NMO). In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat als de werkgever de arbeidsovereenkomst tussentijds beëindigt, niet zijnde een ontslag op staande voet, de werkgever gehouden is het loon door te betalen over de periode waarvoor de arbeidsovereenkomst is aangegaan (1 december 2010). Op 4 juli 2007 is werknemer op staande voet ontslagen, waarbij als reden door de NMO (onder meer) is genoemd door werknemer gepleegde valsheid in geschrifte. Het Gerechtshof Amsterdam heeft de loonvordering van werknemer op 22 november 2007 toegewezen. Per 1 april 2008 is de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden. De Kantonrechter Hilversum heeft op 5 juni 2008 geoordeeld dat NMO het loon tot 1 december 2010 op grond van de beëindigingsregeling dient door te betalen. NMO heeft hierna vanaf april 2008 tot en met februari 2010 de vergoeding op basis van de beëindigingsregeling voldaan. Op 29 maart 2010 is het faillissement van de NMO uitgesproken. Werknemer heeft in het faillissement een vordering tot doorbetaling van de vergoeding op grond van de beëindigingsregeling ingediend over de periode van maart 2010 tot december 2010, evenals diverse vorderingen in verband met de financiële eindafrekening van het dienstverband. Werknemer vordert zijn vorderingen te erkennen. In reconventie stelt de curator dat het ontslag op staande voet op 4 juli 2007 rechtsgeldig was, zodat het loon vanaf die datum onverschuldigd is betaald.

De rechtbank oordeelt als volgt. Gezien het feit dat NMO sinds 4 juli 2007, ondanks voor haar nadelige rechterlijke uitspraken, geen bodemprocedure is gestart ten aanzien van het ontslag op staande voet, is bij werknemer het gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat NMO deze kwestie zou laten rusten. Het beroep van werknemer op rechtsverwerking slaagt. Op grond van artikel 8 van de arbeidsovereenkomst heeft werknemer tot 1 december 2010 recht op een maandelijkse vergoeding gelijk aan het overeengekomen salaris. Anders dan de curator heeft aangevoerd, dient deze vordering te worden geplaatst op de lijst van erkende preferente vorderingen. Op grond van artikel 3:288 aanhef sub e BW bestaat immers een voorrecht op bedragen die de werkgever in verband met beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd is uit hoofde van bepalingen van het BW betreffende de arbeidsovereenkomst. Hieronder valt ook een in de arbeidsovereenkomst overeengekomen beëindigingsregeling, wanneer deze is getroffen ter voorkoming van onredelijkheid van het ontslag. Ook de vordering tot uitbetaling van telefoonkosten moet op de lijst met erkende preferente vorderingen worden geplaatst. De vordering tot uitbetaling van vakantiedagen en een ingehouden verkeersboete moeten op de lijst van erkende concurrente vorderingen worden geplaatst. Wel dient werknemer de schade (€ 1.131,70) als gevolg van onterechte declaraties te vergoeden.