Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 1 december 2011
ECLI:NL:RBROT:2011:BV6734
werknemer/werkgever
Werknemer is sinds 1993 in dienst als Servicemedewerker. Na een afslanking van het managementteam, waar werknemer deel van uitmaakt, wordt zijn functie voortaan aangeduid als ‘After Salesmanager’. Werknemer is in januari 2009 ziek geworden. In september 2010 wordt werknemer medegedeeld dat als gevolg van de overname door Rogam de functies van Servicemanager en After Salesmanager gesplitst zullen worden. De door werknemer uitgeoefende gecombineerde functie is niet meer beschikbaar. Werknemer zal voortaan alleen nog de functie van Servicemanager uitvoeren. Werknemer maakt bezwaar tegen de salarisverlaging. Na zijn herstel eind augustus 2011 is werknemer niet als Servicemanager, maar projectmatig ingezet. Thans vordert werknemer wedertewerkstelling in de functie van Servicemanager met behoud van salaris.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De kern van de werkzaamheden van werknemer na de overname door Rogam is blijven bestaan uit het verrichten van de functie van Servicemanager. Het door de reorganisatorische veranderingen ingegeven voorstel de aan deze functie in de loop der tijd toegevoegde taken en verantwoordelijkheden te laten vervallen en het salaris in verband daarmee aanzienlijk te verlagen moet daarom worden gezien als een voorstel tot wijziging van de primaire arbeidsvoorwaarden. Vervolgens is aan de orde de vraag of van werknemer kan worden gevergd dat hij instemt met de door werkgever voorgestelde wijziging van zijn primaire arbeidsvoorwaarden. Nu er geen eenzijdig wijzigingsbeding is overeengekomen, dient deze vraag beantwoord te worden aan de hand van artikel 7:611 BW. De wijziging van omstandigheden – de financiële situatie van het bedrijf en de noodzaak tot reorganisatie – mocht werkgever redelijkerwijs aangrijpen om een voorstel tot wijziging van arbeidsvoorwaarden te doen. Aanvaarding van het voorstel kan echter niet redelijkerwijs van werknemer worden gevergd. Een salarisvermindering van minst genomen € 1.200 bruto per maand kan niet redelijk geacht worden. Dit oordeel impliceert overigens nog niet dat ieder voorstel tot aanpassing van het salaris op voorhand als onredelijk zal moeten worden beoordeeld en/of acceptatie van enig ander voorstel evenmin van werknemer zou kunnen worden gevergd. Of enig ander voorstel – en zo ja, onder welke voorwaarden – wel als redelijk zou kunnen worden bestempeld, ligt in dit geding echter niet voor. Volgt toewijzing van de vordering tot wedertewerkstelling.