Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland, 24 januari 2012
ECLI:NL:RBHAA:2012:BV7229
werknemer/VOF Joan’s Scheepsstofferingen
Werknemer is als productiemedewerker voor onbepaalde tijd in dienst van Joan’s Scheepsstofferingen. Op 3 november 2011 is werknemer na een woordenwisseling naar huis gegaan. De huisarts heeft dezelfde dag vastgesteld dat werknemer een depressie heeft. Joan’s Scheepsstofferingen stelt zich op het standpunt dat werknemer ontslag op staande voet heeft genomen en de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Werknemer betwist dit.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Om te kunnen aannemen dat een werknemer zelf ontslag neemt, is vereist dat sprake is van een ondubbelzinnige op beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerichte wilsuiting van de werknemer. Hiervan is in het onderhavige geval geen sprake. Het enkele feit dat werknemer op 3 november 2011 heeft gezegd ‘ik ga weg’ en vervolgens zijn geluidsboxen heeft meegenomen, kon door Joan’s Scheepsstofferingen niet als een ondubbelzinnige op beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerichte wilsuiting worden opgevat. Daarbij geldt dat de uitlating door werknemer is gedaan na afloop van een woordenwisseling en dat zijn vader hem diezelfde dag heeft ziek gemeld. Nu voorts werknemer zelf bij brief van 4 november 2011 heeft medegedeeld dat hij zijn uitlating in verwarde dan wel boze toestand heeft gedaan, was het onder die omstandigheden de plicht van Joan’s Scheepsstofferingen om nader te onderzoeken of bij werknemer inderdaad de wil aanwezig was om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Aan deze plicht is niet voldaan. Volgt toewijzing van de loonvordering.