Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 september 2010
ECLI:NL:RBMID:2010:BV7394
werkneemster/Stichting Agogische Zorgcentra Zeeland
Werkneemster is op 19 augustus 1985 in dienst getreden bij AZZ als groepsleidster. In 2007 is zij tijdens de werkzaamheden mishandeld door een 15-jarige, waardoor zij ernstig letsel opliep. Zij is een tijd arbeidsongeschikt geweest en heeft werkzaamheden verricht in het kader van re-integratie. Werkneemster is een tijdelijke plaatsing voor drie maanden aangeboden op het Medisch Orthopedisch Centrum (MOC) met een begeleidingstraject. Voordat ze daar aan het werk is gegaan, heeft werkneemster zich ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft vastgesteld dat er sprake is van een arbeidsconflict. Eind 2008 is werkneemster voor de duur van een jaar in dienst getreden van een school. Zij genoot onbetaald verlof bij AZZ. Werkneemster haar daarna haar arbeidsovereenkomst opgezegd. Centrale vraag is of werkneemster recht heeft op loondoorbetaling over de periode 22 september 2008 tot 1 december 2008 waarin zij situatief arbeidsongeschikt was.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De impasse tussen partijen is ontstaan nadat werkneemster een begeleidingstraject bij het MOC is aangeboden. Dit bleek echter geen begeleidingstraject te zijn, maar een beoordelingstraject. Dit is een wezenlijk verschil, mede gelet op het feit dat er vooraf kritiek is geuit op het functioneren van werkneemster. Werkneemster zou in het beoordelingstraject vrijwel geen kans van slagen hebben. Het is daarom alleszins begrijpelijk enerzijds dat de spanningen werkneemster te veel zijn geworden en anderzijds dat zij haar in beginsel gegeven instemming met de tijdelijke plaatsing op het MOC heeft ingetrokken. De oorzaak van de situatieve arbeidsongeschiktheid komt geheel voor rekening van AZZ. De loonvordering wordt toegewezen, evenals de eindejaarsuitkering en vakantietoeslag. Werkneemster heeft gesteld dat zij door de handelwijze van AZZ genoodzaakt is geweest haar dienstverband bij AZZ te beƫindigen, waardoor zij de jubileumgratificatie bij een 25-jarig dienstverband is misgelopen. Niet kan worden gezegd dat het zeker was geweest dat werkneemster 25 dienstjaren bij AZZ zou hebben vol gemaakt, indien AZZ wel zorgvuldig had gehandeld. De vordering tot vergoeding van de jubileumgratificatie wordt bij gebrek aan een toereikend causaal verband afgewezen.