Naar boven ↑

Rechtspraak

Emid Consult BV/werknemer
Rechtbank Den Haag, 12 maart 2012
ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8627

Emid Consult BV/werknemer

Spoedeisend belang bij vordering verbeurde boetes wegens overtreding geheimhoudingsbeding onvoldoende onderbouwd. Belangenafweging concurrentiebeding in nadeel werknemer

Werknemer is op 1 januari 2009 voor onbepaalde tijd in dienst getreden van Emid als adviseur/programmeur. Door Emid is een niet ondertekende arbeidsovereenkomst overgelegd met daarin een geheimhoudings- en concurrentiebeding. Werknemers van Emid worden ingezet op projecten van KBenP Search. Na een conflict over een factuur is de samenwerking tussen Emid en KBenP Search beëindigd. Werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst met Emid opgezegd en is in dienst getreden van KBenP Advies. Thans vordert Emid betaling van verbeurde boetes wegens overtreding van het geheimhoudings- en concurrentiebeding. Werknemer vordert schorsing van het concurrentiebeding.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Ten aanzien van de vorderingen wegens overtreding van het geheimhoudingsbeding heeft Emid geen omstandigheden aangevoerd waaruit het spoedeisend belang blijkt en waarom een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Deze vordering wordt afgewezen.

Het verweer van werknemer dat niet is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste wordt als onvoldoende onderbouwd verworpen. Emid heeft in dit verband aangeboden de ondertekende arbeidsovereenkomst alsnog in het geding te brengen. Vastgesteld wordt dat KBenP Advies een concurrent is van Emid. Geoordeeld wordt dat het belang van Emid bij volledige handhaving van het concurrentiebeding, ter bescherming van haar bedrijfsbelangen, zwaarder weegt dan het belang van werknemer bij het – al dan niet deels – buiten werking stellen ervan. Werknemer heeft welbewust met het concurrentiebeding ingestemd en heeft zelf de arbeidsovereenkomst met Emid beëindigd.  Tot slot wordt meegewogen dat het dienstverband bij KBenP Advies slechts voor 16 uur per week is en werknemer nog elders in dienst is. De gevorderde vergoeding ex artikel 7:653 lid 4 BW wordt afgewezen.