Rechtspraak
werknemer/Mazon BV
Werknemer is in 1983 in dienst getreden van Mazon in de functie van Sales Manager. Hij is op 14 december 2011 op staande voet ontslagen. Mazon stelt zich op het standpunt dat uit onderzoek door een recherchebureau is gebleken dat er de laatste drie maanden in acht van de tien onderzochte data afwijkingen zijn geconstateerd in de door werknemer ingediende declaraties. Werknemer heeft hiervoor geen verklaring kunnen geven. Werknemer beroept zich op de vernietigbaarheid van het ontslag op staande voet.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Mazon heeft werknemer diverse malen aangesproken over zijn wijze van rapporteren, zodat er voor Mazon reden was om zich van de juistheid van de door werknemer ingediende declaraties te vergewissen en daarnaar zonodig onderzoek te doen. Het doen controleren van een werknemer buiten diens weten door een recherchebureau is alleen dan aanvaardbaar wanneer sprake is van zeer bijzondere omstandigheden waarin tegen de werknemer ernstige verdenkingen zijn gerezen ter zake van ernstige overtredingen die een onderzoek buiten de betrokkene om noodzakelijk maken. Van zulke omstandigheden is voorshands niet gebleken. Onduidelijk is waarom begin januari 2011 geen evaluatiegesprek heeft plaatsgevonden, zoals partijen op 20 oktober 2010 hebben afgesproken en bij brief van 22 oktober 2010 door Mazon schriftelijk is bevestigd. In dat gesprek had dan bezien kunnen worden of de door werknemer ingediende declaraties naar behoren waren en zo niet alsnog het track- en tracesysteem ingebouwd kunnen worden. Mazon stonden andere, minder vergaande, maatregelen ten dienste dan het inschakelen van een recherchebureau. Voorts is niet komen vast te staan dat werknemer integraal kennis heeft kunnen nemen van de inhoud van het door het recherchebureau opgestelde rapport. Volgt toewijzing van de loonvordering. De gevorderde wedertewerkstelling wordt vanwege een vertrouwensbreuk afgewezen.