Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 15 maart 2012
ECLI:NL:RBSHE:2012:BV9599
werkgeefster/werknemer
Na verkregen toestemming van UWV WERKbedrijf heeft werkgeefster de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen tegen 1 april 2011 opgezegd. Werknemer is sedert 30 september 2010 arbeidsongeschikt en heeft zich op het opzegverbod tijdens ziekte beroepen. Werkgeefster vordert een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst op 1 april 2011 rechtsgeldig is geëindigd. De gedane opzegging is volgens werkgeefster in dit geval toegestaan omdat de reden voor de opzegging, te weten de negatieve bedrijfseconomische situatie waarin werkgeefster zich bevond ten tijde van de aanvraag van de ontslagvergunning, zich nog steeds bevindt en die nog enige tijd voort zal duren, een uitzondering vormt op het opzegverbod bij ziekte en op het bepaalde in artikel 5a lid 12 van de CAO voor de Bouwnijverheid.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Artikel 5a lid 12 van de cao bepaalt in afwijking van artikel 7:670 lid 1 BW dat de werkgever de dienstbetrekking wel kan opzeggen met inachtneming van de krachtens dit artikel geldende opzegtermijn, als een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd arbeidsongeschikt is en er tijdens de arbeidsongeschiktheid geen werk voor betreffende werknemer meer voorhanden is, waarbij het werk betreft op het object waar de werknemer vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid werkzaamheden heeft verricht. Hieraan is voldaan. Volgens de cao-bepaling eindigt de dienstbetrekking in dat geval niet direct na verstrijken van de opzegtermijn, maar pas op het moment dat de werknemer weer arbeidsgeschikt is en kan het dienstverband, indien toestemming van het UWV WERKbedrijf is verkregen, in elk geval worden beëindigd wanneer de arbeidsongeschiktheid twee jaar heeft geduurd. Werkgeefster heeft een juiste opzegtermijn in acht genomen. Er is daarom sprake van een regelmatige opzegging. De arbeidsongeschiktheid van werknemer duurde op 1 april 2011 nog voort, zonder dat deze al twee jaar duurde, en dat brengt mee dat de arbeidsovereenkomst niet op 1 april 2011 is geëindigd. De arbeidsovereenkomst eindigt pas als werknemer weer arbeidsgeschikt is. De gevraagde verklaring voor recht wordt afgewezen. Ook de gevorderde matiging van de loonvordering ex artikel 7:680 BW wordt afgewezen, omdat geen sprake is van een vernietigbare opzegging.