Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/AT Osborne BV
Rechtbank Midden-Nederland, 27 februari 2012
ECLI:NL:RBUTR:2012:BW0227

werknemer/AT Osborne BV

Directielid ondermijnt op laakbare wijze het gezag van directievoorzitter en handelt in strijd met goed werknemerschap door te proberen directievoorzitter tot aftreden te dwingen. Ontbinding arbeidsovereenkomst op verzoek directielid zonder toekenning vergoeding

Werknemer is sinds 1993 werkzaam bij werkgever, laatstelijk in de functie van directeur Infrastructuur, Gebiedsontwikkeling en Milieu (hierna: IGM). Werknemer is tevens lid van de raad van bestuur van AT Osborne België. Werknemer en het directielid Huisvesting hebben hun ongenoegen/frustraties geuit over het leiderschap van de directievoorzitter en hebben geprobeerd het roer van de directievoorzitter over te nemen. Het directielid Huisvestiging heeft later zijn excuses aan de directievoorzitter aangeboden. Werknemer is uit zijn functie van directeur IGM ontheven. Hem is vervolgens de functie titulair directeur R&D IGM aangeboden. Hij heeft dit aanbod afgewezen. De vordering tot toelating tot zijn eigen functie is door de voorzieningenrechter afgewezen. Thans verzoekt werknemer ontbinding onder toekenning van een vergoeding met C=2. AT Osborne heeft een zelfstandig tegenverzoek ingediend en stelt dat werknemer zich niet als goed werknemer heeft gedragen, zodat geen vergoeding dient te worden toegekend.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu beide partijen van mening zijn dat voortzetting van de arbeidsrelatie niet langer tot de mogelijkheden behoort, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden. Vast staat dat werknemer het vertrouwen in de directievoorzitter heeft opgezegd. De directeur Huisvestiging en de president-commissaris hebben zich onverwacht achter de directievoorzitter geschaard. In plaats van aan de top, stond werknemer onverwacht aan de zijlijn van AT Osborne en kwam zijn positie in het gedrang. Werknemer heeft met vuur gespeeld door achter de rug om van de directievoorzitter, collega’s en/of de RvC te mobiliseren teneinde de directievoorzitter te kunnen dwingen tot aftreden. Deze gang van zaken is in strijd met de bedoeling van het Directiestatuut, op grond waarvan de directieleden bij onenigheid gehouden zijn eerst te onderzoeken of zij in onderling overleg tot een vergelijk kunnen komen. Werknemer heeft op laakbare wijze het gezag van de directievoorzitter ondermijnd en derhalve niet gehandeld als goed werknemer. Aannemelijk is geworden dat de positie van werknemer binnen het directieteam onmogelijk is geworden. Hoewel de succesvolle en glansrijke carrière van werknemer niet ter discussie staat, is het einde van zijn loopbaan op directieniveau aan hemzelf te wijten. Daar komt bij dat werknemer er ook voor had kunnen kiezen om zijn loopbaan bij AT Osborne – desnoods tijdelijk – voort te zetten, zij het in een andere positie. Door de functie Directeur R&D IGM af te wijzen, heeft werknemer wederom zijn hand overspeeld. Er bestaat geen aanleiding om aan werknemer een vergoeding toe te kennen.