Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/A.Y.G.I. Ltd
Rechtbank Den Haag, 6 april 2012
ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2227

werkneemster/A.Y.G.I. Ltd

Bevoegdheid Nederlandse rechter en toepasselijkheid Nederlands recht. Toewijzing loonvordering na opzegging arbeidsovereenkomst zonder toestemming UWV WERKbedrijf

X was een schrijver en businessconsultant en genoot als zodanig internationale bekendheid. Met het oog op de exploitatie van zijn activiteiten, waaronder het houden van lezingen en seminars, heeft hij in 1997 AYGI opgericht. Na zijn overlijden zijn de weduwe en zijn zoon (woonachtig in Israël) enig erfgenaam en bestuurders van AYGI. Werkneemster is sinds 1997 in dienst van AYGI als manager. In de arbeidsovereenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. Begin 2012 is werkneemster medegedeeld dat haar arbeidsovereenkomst per 1 januari 2012 is beëindigd. Werkneemster stelt dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd en maakt aanspraak op loondoorbetaling.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. De stelling dat werkneemster haar werkzaamheden hoofdzakelijk vanuit de hoofdvestiging van AYGI in Londen zou verrichten is onvoldoende onderbouwd. Werkneemster werkte gewoonlijk in Roelofarendsveen. Daarmee heeft de Nederlandse rechter voor wat betreft de vordering jegens AYGI op grond van artikel 19 aanhef en onder 2 sub a van de EEX-Verordening rechtsmacht. De voorzieningenrechter van deze rechtbank is bevoegd om van de vordering tegen AYGI kennis te nemen. Voorts moet op grond van de voorhanden zijnde stukken worden geoordeeld dat tussen de vordering tegen AYGI en die tegen de twee bestuurders een zodanige samenhang bestaat dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. Op grond van artikel 7 lid 1 Rv is de voorzieningenrechter bevoegd om ook van deze vordering kennis te nemen.

Vast staat dat op de arbeidsovereenkomst tussen werkneemster en AYGI Nederlands recht van toepassing is, nu zij dit uitdrukkelijk zijn overeengekomen. De dwingendrechtelijke bepalingen op het gebied van het Nederlandse arbeidsrecht verzetten zich tegen opzegging van een arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang. Het verweer dat werkneemster na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet terugvalt op de Nederlandse, maar op de Amerikaanse arbeidsmarkt, zodat het BBA toepassing mist in de onderhavige situatie treft geen doel. Aangenomen moet worden dat werkneemster er inmiddels voor gekozen heeft in Nederland te blijven wonen. Nu toestemming voor opzegging van de arbeidsovereenkomst ontbreekt, is de arbeidsovereenkomst niet geëindigd en is AYGI loon verschuldigd. De loonvordering wordt toegewezen. Ook wordt AYGI veroordeeld tot het verstrekken van loonstroken. De vorderingen zijn niet toewijsbaar voor zover ze zijn ingesteld tegen de bestuurders.

  • Rechters: P.A. Koppen
  • Advocaten: W.M. Hes en G.M. Boonman
  • Wetsartikelen: 19 EEX-Verordening en 7 lid 1 Rv
  • Onderwerpen: Overige
  • Trefwoorden: rechtsmacht Nederlandse rechter, toepasselijk recht, opzegging arbeidsovereenkomst, toepassing BBA en toewijzing loonvordering