Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting MeanderGroep Zuid-Limburg/werknemer
Rechtbank Limburg, 23 januari 2012
ECLI:NL:RBMAA:2012:BW2458

Stichting MeanderGroep Zuid-Limburg/werknemer

Directeur schendt het vertrouwen van de raad van bestuur ernstig door burn-outsessies op te voeren als kostenpost alumni. Ontbinding met C=0,5

Werknemer is sinds 1998 in dienst van Meander, laatstelijk als directeur. Eind maart 2011 heeft hij zich ziek gemeld vanwege burn-outklachten. Meander heeft een persoonsgericht onderzoek naar werknemer laten uitvoeren. Thans verzoekt Meander ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het ontbindingsverzoek houdt geen verband met de arbeidsongeschiktheid van werknemer. Werknemer heeft aan Meander doen voorkomen alsof hij alumnibijeenkomsten bezocht, terwijl hij in werkelijkheid sessies bij de therapeut volgde. Hij heeft de sessies bij de therapeut als kostenpost alumni opgevoerd. Niet aannemelijk geworden is dat de burn-outklachten zijn handelswijze kunnen verklaren. Onduidelijk is waarom werknemer niet gewoon in zijn agenda ‘bezoek arts’ heeft vermeld en de sessies met de therapeut uit eigen zak heeft betaald. Ook in dat geval zou het beoogde doel van werknemer, het voorkomen van ruchtbaarheid binnen Meander over zijn burn-outklachten, bereikt zijn. Met zijn handelen heeft werknemer, van wie als directeur een grotere zorgvuldigheid mag worden verwacht, het vertrouwen van de raad van bestuur ernstig geschaad. Verder wordt het werknemer verweten dat hij grote kastekorten pas heel laat heeft gemeld. Voor wat betreft de aanschaf van de HTC gsm’s en de iPad heeft werknemer de daarvoor geldende procedures binnen Meander niet dan wel niet correct nageleefd. Er is voldoende grond voor toewijzing van het ontbindingsverzoek.   

Kort nadat werknemer na zijn burn-outklachten weer aan het werk was, zijn de bij de raad van bestuur gerezen vragen schriftelijk aan werknemer voorgelegd. De wijze waarop de raad van bestuur dit heeft aangepakt, verdient niet de schoonheidsprijs. Ter zitting is gebleken dat de handelswijze van de raad van bestuur een grote impact op werknemer (en zijn gezin) heeft gehad. Er wordt een vergoeding naar billijkheid toegekend van € 60.500 bruto (C=0,5).