Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Hyatt Aruba N.V.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 13 maart 2012
ECLI:NL:OGHNAA:2012:BW5799

werknemer/Hyatt Aruba N.V.

Ontslag op staande voet wegens seksuele intimidatie van een stagiaire (aaien over billen met de opmerking ‘next time I'll bite it’)

Werknemer (45 jaar) is van 28 januari 1992 tot 18 december 2009 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst van Hyatt werkzaam geweest, laatstelijk als server. In 2004 heeft Hyatt werknemer een schriftelijke waarschuwing gegeven naar aanleiding van een klacht van een vrouwelijke collega dat hij had gedreigd haar ‘personal affairs’ openbaar te maken als zij niet met hem uitging. In 2006 kreeg hij een schriftelijke waarschuwing omdat hij tegen een vrouwelijke collega had geschreeuwd. In 2008 heeft een vrouwelijke collega geklaagd dat werknemer avances maakte waarvan zij niet gediend was. In het handboek van Hyatt wordt uitdrukkelijk aandacht besteed aan ‘policy against harassment’. Daarin staat onder meer: ‘Violation of Hyatt’s Policy Against Harassment will subject an employee to disciplinary action, up to and including discharge’. Op 13 december 2009 vond een incident plaats tussen werknemer en een bij Hyatt werkzame stagiaire. De hierover door de stagiaire op 7 oktober 2010 opgestelde schriftelijke verklaring luidt onder meer: ‘I was standing in the palms kitchen asking chef X a question. I was leaning over the table when werknemer passed and touched my butt. Werknemer stood beside me and said the next time he will bite it.’ Werknemer is 18 december 2009 op staande voet ontslagen. Werknemer berust in het ontslag, maar vordert schadeloosstelling, omdat volgens hem geen sprake is van een dringende reden. Hij zou niet aan de billen van de stagiaire hebben gezeten, maar haar op haar rug hebben aangeraakt als wijze van begroeting. Bij tussenarrest (BQ8743) heeft het hof Hyatt belast met het bewijs van de feitelijke gang van zaken.

Het Gemeenschappelijk Hof oordeelt thans als volgt. Uit de getuigenverklaringen is voldoende genoegzaam gebleken dat werknemer werkneemster over haar billen heeft geaaid, hetgeen – mede gezien de eerdere waarschuwingen aan het adres van werknemer – een dringende reden voor ontslag oplevert.