Naar boven ↑

Rechtspraak

BVA Automotive BV/werknemer
Rechtbank Gelderland, 6 juli 2012
ECLI:NL:RBARN:2012:BX0577

BVA Automotive BV/werknemer

Disfunctioneren directeur niet aannemelijk. Ontbinding. Uitzendperiode, arbeidsovereenkomst met dochterbedrijf, managementovereenkomst en arbeidsovereenkomst worden meegerekend bij bepalen van A-factor. C=2

Werknemer (36 jaar) is sinds 1 januari 2012 als directeur in dienst van BVA. Voor die datum was werknemer onder meer statutair bestuurder van BVA op basis van een managementovereenkomst. Thans verzoekt BVA ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Gesteld wordt dat de financiƫle resultaten zeer slecht zijn. Daarnaast is er kritiek op het functioneren van werknemer, onder meer op zijn attitude en wijze van communiceren.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Dat BVA werknemer op zijn functioneren heeft aangesproken, is op geen enkele wijze onderbouwd. Ook de gestelde slechte financiƫle resultaten zijn onvoldoende onderbouwd. Er zijn geen jaarstukken overgelegd. Dat werknemer deze slechte resultaten heeft veroorzaakt of hiervoor als enige de verantwoording draagt, blijkt echter nergens uit. Omdat partijen niet met elkaar verder kunnen, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden. Nu BVA hiervan een verwijt treft, wordt werknemer een vergoeding toegekend. Het arbeidsverleden van werknemer bij BVA valt uiteen in vier delen: een uitzendperiode, een arbeidsovereenkomst met een dochterbedrijf, een managementovereenkomst en een arbeidsovereenkomst bij BVA zelf. In totaal omvat het arbeidsverleden krap drie jaar. De vergoeding wordt berekend aan de hand van de kantonrechtersformule. Het gehele arbeidsverleden bij BVA wordt meegerekend bij vaststelling van de A-factor. De C-factor wordt vastgesteld op 2.