Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Gelderland, 20 juli 2012
ECLI:NL:RBARN:2012:BX4261

werkneemster/werkgever

Afwijzing loonvordering caissière wegens het niet overleggen van een deskundigenoordeel ex artikel 7:629a BW. Hoewel sprake is van een voorlopige-voorzieningenprocedure, had werkneemster voldoende tijd om een deskundigenoordeel te verkrijgen

Werkneemster is sinds 2011 in dienst als caissière. Op 8 februari 2012 heeft zij zich ziek gemeld. Met de bedrijfsarts is afgesproken dat werkneemster drie maal vier uur per week zal werken. Werkneemster heeft geen gehoor gegeven aan diverse oproepen om bij de bedrijfsarts te verschijnen en heeft de door de bedrijfsarts geadviseerde werkduur per week niet (volledig) gerealiseerd. Werkneemster stelt dat dit kwam doordat ze te lang kassawerkzaamheden moest verrichten. Sinds 4 april 2012 heeft zij in het geheel geen werkzaamheden meer verricht. Vanaf april 2012 is de loonbetaling gestopt. Thans vordert werkneemster betaling van achterstallig salaris.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Omdat werkneemster geen deskundigenoordeel ex artikel 7:629a BW heeft overgelegd, wordt de vordering afgewezen. Hoewel sprake is van een voorlopige-voorzieningenprocedure, had werkneemster voldoende tijd om een deskundigenoordeel te verkrijgen. Deze deskundige had zich dan kunnen uitlaten over de vraag of het oordeel van de bedrijfsarts wordt onderschreven en of de werkgever iets te verwijten valt voor wat betreft de wijze waarop het werk wordt aangeboden. Ten overvloede wordt overwogen dat ook een inhoudelijke beoordeling op dit moment niet tot een andere uitkomst zou hebben geleid. Niet aannemelijk is dat werkneemster langdurige kassawerkzaamheden heeft moeten doen zonder enige mogelijkheid tot afwisseling. Volgt afwijzing van de vordering.