Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Den Haag, 11 juni 2012
ECLI:NL:RBSGR:2012:BX4902

werknemer/werkgever

Dat werknemer tijdens de mondelinge behandeling niet de kans heeft gekregen uit te leggen dat het ontbindingsverzoek van werkgever op oneigenlijke gronden is gebaseerd en de kantonrechter direct een voorlopig oordeel heeft gegeven, is onvoldoende grond voor wraking. Geen schijn van partijdigheid kantonrechter

Werkgever heeft verzocht de arbeidsovereenkomst van werknemer te ontbinden. Na afloop van de mondeling behandeling heeft werknemer een wrakingsverzoek ingediend. Hij voert daartoe het volgende aan. De aan het ontbindingsverzoek ten grondslag gelegde stelling dat werkgever structureel geen werk meer heeft voor werknemer is een oneigenlijke grond. De vrijdagmiddag voor de behandeling van het ontbindingsverzoek op maandag heeft werkgever nog producties ingediend. Werknemer is niet in de gelegenheid geweest om te reageren. Bij de mondelinge behandeling heeft werknemer dit alles bij de kantonrechter onder de aandacht willen brengen. Dit heeft de kantonrechter tijdens de zitting 'afgekapt'. Als voorlopig oordeel heeft hij te kennen gegeven dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden met toekenning van een vergoeding met C=1.  Door niet verder in te gaan op hetgeen werknemer ter zitting aan de orde heeft willen stellen, heeft de kantonrechter de schijn van partijdigheid gewekt.

De wrakingskamer oordeelt als volgt. De beslissing van de kantonrechter om niet verder in te gaan op de stelling van werknemer dat het verzoek is gedaan op oneigenlijke gronden, is een juridische afweging van de kantonrechter. Het is niet aan de wrakingskamer om deze inhoudelijk te toetsen. Voor zover werknemer de termijn waarop stukken van de wederpartij zijn ingediend en aan het procesdossier zijn toegevoegd aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd, is hij niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Op grond van artikel 37 Rv dient het wrakingsverzoek te worden gedaan zodra de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden bekend zijn geworden. Tevens dient de verzoeker alle feiten en omstandigheden die hem tot zijn wraking brengen tegelijk voor te dragen. Werknemer heeft deze grond pas tijdens de zitting van de wrakingskamer naar voren gebracht. Er doen zich overigens ook geen omstandigheden voor die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor een gebrek aan onpartijdigheid van de kantonrechter dan wel de uiterlijke schijn daarvan, zodat het verzoek dient te worden afgewezen.