Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 7 augustus 2012
ECLI:NL:GHARN:2012:BX4728
werknemer/CIC International B.V.
Werknemer is op 27 februari 2012 op staande voet ontslagen door CIC International wegens het niet meewerken aan de visumprocedure en het in de week voorafgaand aan 27 februari 2012 tweemaal te laat op het werk verschijnen. Werknemer heeft aangevoerd dat reeds op 14 februari de fatale termijn (gesteld door CIC) inzake de visumprocedure was verstreken, zodat het ontslag op 27 februari niet onverwijld is verleend. CIC voert als verweer dat in die periode de directeur van CIC met vakantie was en dat onmiddellijk bij terugkomst het ontslag is geƫffectueerd.
Het hof oordeelt als volgt. Werknemer heeft voldoende spoedeisend belang bij de vordering tot loondoorbetaling, daar hij sinds zijn ontslag verstoken is van inkomsten. De vordering tot toelating tot het werk is niet spoedeisend. Werknemer is goed in zijn werk en heeft als freelancer werk gevonden. Voorts is het hof van oordeel dat onvoldoende vaststaat dat het ontslag onverwijld is verleend. Of de afwezigheid van de directeur het 'late ontslag' kan rechtvaardigen, kan in het midden blijven. Evenmin staat vast dat werknemer ten tijde van het ontslag duidelijk is meegedeeld wat de reden van ontslag is. De bewijslast terzake rust op CIC. Omdat sprake is van een kort geding waarin uitvoerige levering van bewijs niet aangewezen is, moet ervan worden uitgegaan dat ook dit vereiste niet vaststaat. Derhalve is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig verleend. Loonvordering van de werknemer wordt toegewezen.