Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Colpitt B.V.
Rechtbank Noord-Holland, 29 augustus 2012
ECLI:NL:RBHAA:2012:BX6429

werknemer/Colpitt B.V.

Ontslag 57-jarige lasser na dienstverband van meer dan vijftien jaar kennelijk onredelijk. Werknemer is alleen een vergoeding aangeboden indien hij akkoord zou gaan met vaststellingsovereenkomst. Schadevergoeding ter hoogte van aangeboden aanvulling WW-uitkering

Werknemer is sinds 1995 in dienst van Colpitt als lasser. Colpitt heeft wegens bedrijfseconomische redenen toestemming voor opzegging van de arbeidsovereenkomst verzocht. Een aangeboden vaststellingsovereenkomst heeft werknemer geweigerd. Na verkregen toestemming is de arbeidsovereenkomst opgezegd. Thans stelt werknemer dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Hij vordert herstel van de dienstbetrekking dan wel schadevergoeding. Volgens werknemer is sprake van een voorgewende reden. Daarnaast zijn de gevolgen van de opzegging voor werknemer te ernstig in vergelijking met het belang van Colpitt bij de opzegging.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Van een voorgewende reden voor ontslag is geen sprake. De bedrijfseconomische redenen voor ontslag heeft Colpitt met het overleggen van jaarrekeningen voldoende onderbouwd. Ten aanzien van het beroep op het gevolgencriterium wordt overwogen dat werknemer niet is ingegaan op pogingen van Colpitt om hem elders aan het werk te krijgen. Evenwel wordt geoordeeld dat het ontslag kennelijk onredelijk is, omdat de gevolgen van het ontslag voor werknemer te ernstig zijn in vergelijking met het belang van Colpitt bij de opzegging. Hierbij is van belang dat werknemer geen enkel verwijt te maken valt van het einde van de arbeidsovereenkomst, dat werknemer ten tijde van de beëindiging meer dan 15 jaar bij Colpitt in dienst was, 57 jaar oud was en zal terugvallen op een WW-uitkering die aanzienlijk lager is dan zijn voormalige salaris. Mede van belang is dat Colpitt onder voorwaarde van ondertekening van een vaststellingsovereenkomst een vergoeding heeft aangeboden, die zij niet heeft willen aanbieden in het geval werknemer verweer zou voeren tegen de ontslagaanvraag. Omdat werknemer heeft geweigerd de vaststellingsovereenkomst te tekenen is dit aanbod komen te vervallen. Vast staat dat andere werknemers van Colpitt, die de vaststellingsovereenkomst wel hebben getekend, een vergoeding hebben ontvangen. Door aan werknemer geen enkele vergoeding te verstrekken wordt onvoldoende tegemoetgekomen aan de nadelige gevolgen van de opzegging voor werknemer. Colpitt heeft voldoende duidelijk gemaakt dat zij geen werkzaamheden (meer) voorhanden heeft voor werknemer, zodat de vordering tot herstel van de dienstbetrekking wordt afgewezen. Een schadevergoeding ter hoogte van een aanvulling op de WW-uitkering zoals die destijds aan werknemer (én de andere voor ontslag voorgedragen werknemers) is aangeboden, wordt passend geacht.