Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam, 6 september 2012
ECLI:NL:RBAMS:2012:BX7330
werknemer/Sligro Food Group Netherlands B.V.
Werknemer is sinds 2001 in dienst van (een rechtsvoorganger van) Sligro. Hij is op staande voet ontslagen, omdat hij zijn teamleidster zou hebben uitgemaakt voor ‘fucking hoer’. In kort geding is de loonvordering en vordering tot wedertewerkstelling afgewezen. De arbeidsovereenkomst is voorwaardelijk ontbonden onder toekenning van een vergoeding van € 8.500 bruto. Thans vordert werknemer een verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet nietig is. Hij heeft een loonvordering ingesteld.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Veronderstellenderwijs wordt ervan uitgegaan dat werknemer de betreffende uitlating heeft gedaan. Terecht heeft Sligro opgemerkt dat werknemer de normen van fatsoen heeft overschreden en dat Sligro dergelijk gedrag niet hoeft te accepteren. Werknemer heeft echter aannemelijk gemaakt dat de situatie al een paar maanden gespannen was. Werknemers hebben een petitie opgesteld, waarin zij aandacht vragen voor de onwerkbare situatie die is ontstaan met de teamleidster. Dat de gespannen verhouding na het overhandigen van de petitie verbeterd is door maatregelen van de zijde van Sligro is niet aannemelijk geworden. Het ontslag op staande voet is in dit geval geen proportionele sanctie ten opzichte van de verweten gedraging van werknemer. Van de teamleidster mag worden verwacht dat zij tegen een stootje is opgewassen. Sligro had met een minder zware sanctie kunnen en moeten volstaan. Daarbij wordt ook meegewogen dat er sprake is van een dienstverband van meer dan tien jaar, waarbij niet is gebleken dat werknemer zich eerder onheus over een collega of een leidinggevende heeft uitgelaten. Volgt toewijzing van de vorderingen.