Naar boven ↑

Rechtspraak

Service Point Nederland B.V./werknemer
Rechtbank Amsterdam, 11 september 2012
ECLI:NL:RBAMS:2012:BX7076

Service Point Nederland B.V./werknemer

Ontbinding arbeidsovereenkomst arbeidsongeschikte werknemer wegens reorganisatie Service Point. Habe nichts-verweer. Vergoeding ter hoogte van 10% van C=1

Werknemer (52 jaar) is sinds 1987 in dienst van Service Point Nederland in de functie van medewerker Operations & Services. Sinds november 2010 is hij arbeidsongeschikt. Het vooruitzicht is dat hij niet op korte termijn zijn werkzaamheden zal kunnen hervatten. Er hebben reeds twee reorganisaties bij Service Point Nederland plaatsgevonden. Service Point ziet zich thans genoodzaakt de vestiging Veldhoven, waar werknemer werkzaam is, te reorganiseren. De vestiging Veldhoven is voor 52% afhankelijk van de klant Philips. Service Point moet noodgedwongen per 1 oktober 2012 het contract aan Philips teruggeven. Op grond van het afspiegelingsbeginsel komt werknemer voor ontslag in aanmerking. Service Point heeft melding van het collectief ontslag (33 werknemers) gedaan bij het UWV. De OR heeft positief geadviseerd en ook FNV Bondgenoten heeft aangegeven geen andere oplossing te zien dan de voorgenomen reorganisatie. Thans verzoekt Service Point ontbinding.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In dit geval komt geen reflexwerking aan het opzegverbod toe. De bedrijfseconomische noodzaak tot reorganisatie is voldoende aannemelijk gemaakt. Deze noodzaak wordt ook onderschreven door de OR en FNV Bondgenoten. Service Point Nederland heeft aangegeven dat zij een bestaand sociaal plan heeft dat van toepassing is geweest tijdens de eerste twee reorganisaties. Zij stelt echter dat dit sociaal plan (waarin een vergoeding met C=1 is opgenomen), gelet op de penibele financiële situatie, thans niet van toepassing is verklaard en dat er met de vakbonden overleg is gevoerd over een alternatieve regeling, die uiterst summier is. Uit de overgelegde jaarcijfers blijkt in ieder geval dat de financiële situatie zodanig is dat er thans geen ruimte is om de boventallig verklaarde werknemers een vergoeding uit te keren op basis van C=1. Geoordeeld wordt echter dat er wel enige ruimte is voor een vergoeding en tevens dat er geen aanleiding is om deze vergoeding slechts voorwaardelijk vast te stellen. Enerzijds is een vergoeding op basis van het voorstel dat thans met de vakbonden wordt besproken redelijk te achten, waarbij van een gemiddeld percentage van 15% van de neutrale kantonrechtersformule C=1 wordt uitgegaan. Anderzijds dient rekening gehouden te worden met het feit dat de loonbetalingsverplichting van Service Point Nederland ten aanzien van werknemer per 22 november 2010 (red.: bedoeld zal zijn 2012) ophoudt. Op grond daarvan acht de kantonrechter een vergoeding van 10% van C=1 redelijk (€ 5.400,49 bruto). Nu met betrekking tot de procedure bij het UWV nog niet duidelijk is wanneer de beslissing op de ontslagverzoeken wordt genomen en Service Point Nederland pas daarna de arbeidsovereenkomsten met deze werknemers kan opzeggen met inachtneming van de geldende opzegtermijnen, ziet de kantonrechter tevens aanleiding om rekening te houden met de voor werknemer geldende opzegtermijn, althans tot de eerste van de maand volgend op die waarin de loonbetalingsverplichting stopt. De arbeidsovereenkomst wordt derhalve per 1 december 2012 ontbonden.