Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam, 23 augustus 2012
ECLI:NL:RBAMS:2012:BX6895
Koninklijke Nederlandse Toonkunstenaars Vereniging/werkneemster
Werkneemster (54 jaar) is sinds 1 november 1998 in dienst van de Koninklijke Nederlandse Toonkunstenaars Vereniging (KNTV), laatstelijk als officemanager/medewerker PR. Thans verzoekt KNTV ontbinding wegens bedrijfseconomische redenen. Sinds het overlijden van de bureaudirecteur in 2009 zijn de ledenaantallen flink teruggelopen en zijn de kosten fors toegenomen. Vanwege de zeer slechte financiële situatie is KNTV genoodzaakt de administratieve functies te laten vervallen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Anders dan werkneemster stelt, heeft KNTV in voldoende mate aannemelijk gemaakt dat het huidige bestuur met instemming van de algemene ledenvergadering tot het besluit tot beëindiging van het dienstverband is gekomen. Niet aannemelijk is echter dat de financiële situatie van KNTV geen andere mogelijkheid overlaat dan beëindiging van het dienstverband met werkneemster en dat de werkzaamheden van werkneemster voor een deel vervallen door automatisering en voor het resterende deel kunnen en zullen worden overgenomen door de medewerksters A en B. De financiële stukken laten weliswaar een niet erg rooskleurige situatie zien, maar daarbij moet wel in aanmerking worden genomen dat de grootste verliezen (eenmalig) in 2010 zijn geleden. Voorts is ter zitting duidelijk geworden dat met ingang van 1 januari 2013 een aanzienlijke besparing op de kosten van huisvesting zal worden gerealiseerd. Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat mevrouw C met ingang van 1 december 2012 niet langer in dienst is van KNTV, hetgeen ook een (structurele) besparing oplevert. Terecht heeft werkneemster voorts opgemerkt dat een plan van aanpak met betrekking tot het verhogen van de ledenaantallen ontbreekt. Tot slot heeft de accountant van KNTV bevestigd dat er (over de jaren 2008 tot en met 2011) een bedrag van € 90.000 aan contributiegelden openstaat. Ook als wordt aangenomen dat een verdergaande automatisering tot een lager aantal te besteden uren leidt met betrekking tot de administratieve werkzaamheden, blijft onduidelijk hoe de resterende werkzaamheden van werkneemster worden opgevangen. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.