Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 5 oktober 2012
ECLI:NL:RBGRO:2012:BX9234
FNV Bondgenoten/Przedsiebiorstwo Modernizacji Urzadzen Energetycznych Remak S.A.
Remak is als Poolse onderaannemer betrokken bij de bouw en installatie van de twee ketels voor de kolengestookte energiecentrale van RWE/Essent in de Eemshaven. FNV is partij bij de totstandkoming van de cao Metalektro 2011/2013. De cao Metalektro wordt bestendig algemeen verbindend verklaard, laatstelijk voor de periode van 15 oktober 2011 tot en met 31 augustus 2013 (hierna: avv cao). De avv cao is een minimum-cao. Remak heeft werknemers in Nederland gedetacheerd. Op de arbeidsovereenkomsten tussen Remak en haar werknemers is Pools recht van toepassing verklaard. FNV stelt dat Remak gehouden is de avv cao na te leven ter zake van het minimumloon, vakantietoeslag, roostervrije dagen en toeslag voor afwijkende werktijd. De vorderingen van FNV zijn gebaseerd op de Wet AVV en de Waga.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Het verweer dat FNV niet ontvankelijk zou zijn faalt. Aannemelijk is dat dat er gedetacheerde Poolse werknemers lid zijn van FNV en dat deze werknemers uit vrees voor het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst hiervoor niet uit durven te komen. FNV kan op basis van artikel 3 lid 2 Wet AVV ten aanzien van deze werknemers de onderhavige vorderingen instellen. Bovendien kan FNV in ieder geval op grond van artikel 3:305a BW ageren.
Op de tijdelijke detachering van de werknemers is de Detacheringsrichtlijn van toepassing, welke richtlijn bepaalt dat ongeacht de rechtskeuze van partijen, de in het land van detachering op grond van wet of avv cao geldende basisarbeidsvoorwaarden van toepassing zijn, indien deze voor de werknemer gunstiger zijn.De Detacheringsrichtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Waga en artikel 2 lid 6 Wet AVV. Voor wat betreft de hoogte van het basisuurloon is het evident dat dit behoort tot de ‘harde kern’ van de Detacheringsrichtlijn, zoals geïmplementeerd in artikel 2 lid 6 van de Wet AVV. Geoordeeld wordt dat het door Remak betaalde basisloon lager is dan de avv cao voorschrijft. Remak wordt veroordeeld tot betaling van het basisuurloon conform de avv cao. Nu er onduidelijkheid is over de vraag of de vakantietoeslag tot de ‘harde kern’ behoort (vakantietoeslag is niet opgenomen in artikel 1 Waga en artikel 2 lid 6 Wet AVV), wordt artikel 2 lid 6 Wet AVV richtlijnconform geïnterpreteerd. Geoordeeld wordt dat de vakantietoeslag op basis van nationale wetgeving (artikel 15 WML) als onderdeel van het minimumloon in de zin van Wet AVV dient te worden aangemerkt, zodat de vordering ter zake de vakantietoeslag wordt toegewezen. Uit de bewoordingen van artikel 2 lid 6 sub a en c Wet AVV volgt dat de toeslag voor afwijkende werktijd ook hieronder valt, en dus tot de ‘harde kern’ behoort. Ook deze vordering wordt toegewezen. Tot slot wordt de vordering betreffende de roostervrije uren afgewezen, nu de roostervrije uren ooit zijn ingevoerd met het doel werkgelegenheid te creëren. Gelet op de (mogelijke) achtergrond en functie van deze uren is het voorts niet ondenkbaar dat de bodemrechter zal oordelen dat deze uren niet tot de ‘harde kern’ behoren.