Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Scholengroep Den Haag Zuid West/werknemer
Rechtbank Den Haag, 28 september 2012
ECLI:NL:RBSGR:2012:BX8776

Stichting Scholengroep Den Haag Zuid West/werknemer

Voormalig docent natuurkunde handelt onrechtmatig door het plaatsen van advertenties en het schrijven van brieven naar directies van andere scholen, met de bedoeling om zijn voormalig werkgeefster in een kwaad daglicht te stellen

De Stichting Scholengroep Den Haag Zuid West houdt openbare middelbare scholengemeenschapen in stand, waaronder het College. Werknemer is aan het College als docent natuurkunde verbonden geweest. Zijn contract voor bepaalde tijd is niet verlengd. Vervolgens heeft werknemer e-mailberichten gestuurd aan ex-collega’s van het College waarin hij – kort gezegd – opmerkt dat zij schadeclaims kunnen verwachten indien zij verzwijgen dat de leerlingen van het College te weinig uren natuurkunde krijgen en dat hij een klacht heeft gedeponeerd bij de Landelijke Klachtencommissie voor het Algemeen Bijzonder Onderwijs. Daarnaast heeft hij zijn slechte ervaringen met het College naar directeuren van basisscholen gemaild en heeft hij zijn ervaringen op zijn website beschreven. De Onderwijsinspectie heeft geen aanleiding gezien voor vervolgacties. Thans stelt de Stichting dat werknemer onrechtmatig handelt en vordert – kort gezegd – werknemer te verbieden informatie over het College te verstrekken aan derden en hem te verbieden het College in verband te brengen met het geven van onvoldoende lessen.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. De vrijheid van werknemer om uiting te geven aan zijn opvattingen over (bepaalde onderdelen van) het onderwijsstelsel en de ontwikkelingen daarin, is niet onbeperkt (artikel 7 Grondwet). De door werknemer geplaatste advertenties en zijn brieven aan onder andere medewerkers van het College, directies van andere onderwijsinstellingen en zelfs een brief aan een partner van een ex-leraar zijn onmiskenbaar bedoeld om het College in een kwaad daglicht te stellen. In zijn algemeenheid staat het werknemer ook niet vrij om de Stichting en het College ten overstaan van derden in verband te brengen met het geven van onvoldoende lessen. Nu voorts gesteld noch gebleken is dat de Onderwijsinspectie de Stichting naderhand heeft aangesproken op het geven van onvoldoende lessen, moet het ervoor worden gehouden dat de uitlatingen van werknemer op dit vlak meningen zijn en geen (verifieerbare) feiten. Voor de website van werknemer geldt eveneens dat de daarop vermelde uitingen beledigend dan wel onnodig grievend zijn voor de Stichting. Volgt toewijzing van de vorderingen.