Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Arubus
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 17 januari 2012
ECLI:NL:OGHACMB:2012:BY0947

werknemer/Arubus

Arbeidsovereenkomst in strijd met de openbare orde door politieke benoeming in strijd met de strekking van de Comptabiliteitsverordening

Centrale vraag is of tussen Arubus en werknemer een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen, nu voldoende vaststaat dat daarbij sprake is geweest van een politieke benoeming. Zoals het Hof eerder heeft overwogen, strekt deze wijziging van de Comptabiliteitsverordening tot het tegengaan van onder meer politieke patronage (GHvJNAA 16 september 2003, LJN BQ0649; zie ook GHvJNAA 21 september 2010, LJN BO3018). Doordat de benoeming van werknemer heeft plaatsgevonden bij de overheids-N.V. Arubus, en niet als contractant bij zijn ministerie, zijn voorts de regels van de Comptabiliteitsverordening omzeild. Op grond van al het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien, komt het Hof tot de conclusie dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen als geheel een inbreuk oplevert op zo fundamentele beginselen van de rechtsorde, dat op de voet van artikel 3:40 lid 1 BW strijd met de openbare orde moet worden aangenomen. De rechter heeft hier te lande een bijzondere maatschappelijke positie, welke wel die van ‘hoeder van het publieke fatsoen’ is genoemd. Politiek favoritisme in het zicht van de verkiezingen als het onderhavige, met de consequenties van dien voor de schaarse publieke middelen, is een misstand waarop slechts de sanctie van (algehele) nietigheid van de overeenkomst past. Zoals uit de stukken blijkt wordt Arubus gefinancierd door het Land Aruba, terwijl Arubus op grond van de overeenkomst aan werknemer een inkomen ter hoogte van zijn inkomen als Statenlid diende te betalen tot aan zijn pensioen, ongeacht of hij hiervoor werkzaamheden zou verrichten, welk bedrag werknemer heeft berekend op in totaal Afl. 2.219.200.