Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland, 8 oktober 2012
ECLI:NL:RBHAA:2012:BY0797
werknemer/Haarlems Uitgeefbedrijf B.V.
Werknemer (56 jaar) is in 1996 bij HUB in dienst getreden. Laatstelijk is hij werkzaam als Directeur Algemene Zaken en P&O. Werknemer is op staande voet ontslagen, omdat hij zonder toestemming zijn bedrijfsauto op zijn eigen naam heeft gezet en zichzelf een hogere onkostenvergoeding en reiskostenvergoeding heeft toegekend. Werknemer beroept zich op de vernietigbaarheid van het ontslag op staande voet.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer is uitgenodigd voor een gesprek, terwijl hij vanwege een reorganisatie al was vrijgesteld van werkzaamheden. Het doel van het gesprek was om het te hebben over de auto, maar dit is vooraf niet aan werknemer kenbaar gemaakt. Hierdoor heeft hij zich niet kunnen verdedigen tegen de aantijgingen. Door de onderzoeksresultaten niet uitdrukkelijk te benoemen – te weten, ontslag op staande voet, en werknemer evenmin in een gesprek te confronteren met de onderzoeksresultaten van na 28 augustus 2012, heeft HUB werknemer de mogelijkheid ontnomen om zich te beraden of hij de door HUB opgegeven redenen als juist erkende en als dringend ervoer en hem eveneens de mogelijkheid ontnomen om zich te verweren tegen de aantijgingen van HUB. Bovendien valt niet uit te sluiten dat de bodemrechter, gelet op de leeftijd van werknemer (56 jaar), de duur van het dienstverband (16 jaar), de wijze waarop werknemer de werkzaamheden heeft verricht (goed) en de omstandigheid dat de arbeidsovereenkomst toch al op korte termijn zou eindigen door reorganisatie wegens bedrijfseconomische omstandigheden, zal oordelen dat ontslag op staande voet in het voorliggende geval een te zwaar middel is. HUB had er ook voor kunnen kiezen de (eventuele) financiële nadelige gevolgen voor HUB van het overschrijven van de auto op werknemers naam in kaart te brengen en met werknemer te verrekenen bij het einde van het dienstverband. Volgt toewijzing van de vordering.