Rechtspraak
werknemer/werkgever
Werknemer is sinds 2001 in dienst als Algemeen Medewerker Werkplaats. Op 17 februari 2012 is hij 65 jaar geworden. Tussen partijen is in geschil of de arbeidsovereenkomst op die datum is geëindigd. Werkgever stelt dat het in de onderneming gebruikelijk is dat de arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd eindigt. Daarnaast wordt verwezen naar de pensioenregeling.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Vaststaat dat in de schriftelijke arbeidsovereenkomst geen bepaling is opgenomen dat de arbeidsovereenkomst eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd dan wel de pensioengerechtigde leeftijd. Dat geldt ook voor een eventuele van toepassing zijnde cao. Kennelijk beroept werkgever zich op het einde van rechtswege door ‘het gebruik’ ex artikel 7:667 lid 1 BW. Wat daarvan ook zij binnen het bedrijf van werkgever, thans kan niet meer gezegd worden dat het in Nederland gebruik is dat men stopt met werken bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, gelet op de al enige tijd plaatsvindende maatschappelijke discussie en politieke besluitvorming over het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd. Voor zover de pensioenregeling bepaalt dat werknemer vanaf zijn 65ste levensjaar recht heeft op een pensioenuitkering, houdt zulks niet in dat de arbeidsovereenkomst ook van rechtswege eindigt bij het bereiken van die leeftijd. Wel is de arbeidsovereenkomst inmiddels ingevolge opzegging door werkgever geëindigd per 1 oktober 2012, zodat de gevorderde wedertewerkstelling wordt afgewezen. De loonvordering wordt tot 1 oktober 2012 toegewezen.