Naar boven ↑

Rechtspraak

Capgemini Nederland B.V./Deloitte Holding B.V. c.s.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 11 oktober 2012
ECLI:NL:RBAMS:2012:BY3785

Capgemini Nederland B.V./Deloitte Holding B.V. c.s.

Twaalf werknemers vertrekken bij Capgemini en treden in dienst van Deloitte. Exhibitieplicht. Bestaan rechtsbetrekking op grond van onrechtmatige daad of wanprestatie. Schending geheimhoudingsbeding

Twaalf werknemers hebben hun arbeidsovereenkomst met Capgemini opgezegd en zijn in dienst getreden van Deloitte. Capgemini is met de vertrekkende werknemers een relatie-, niet-benadering- en geheimhoudingsbeding overeengekomen. Capgemini vordert thans dat Deloitte c.s. ertoe wordt veroordeeld om alle correspondentie en documenten die betrekking hebben op de indiensttreding van de vertrekkende werknemers bij Deloitte over te leggen, evenals alle documentatie ter zake de (voorgenomen) arbeidsvoorwaarden van de vertrekkende werknemers en de door de vertrekkende werknemers getekende arbeidsovereenkomsten. Capgemini voert aan dat er aanwijzingen zijn dat Deloitte stelselmatig bezig is personeel bij haar te ronselen en dat (een aantal van) de vertrekkende werknemers op instigatie van Deloitte ertoe is overgegaan om, in strijd met hun wettelijke en contractuele verplichtingen, collega's over te halen om hun arbeidsovereenkomst bij Capgemini op te zeggen en bij Deloitte in dienst te treden. Ook zijn er aanwijzingen dat de vertrekkende werknemers hun geheimhoudingsbeding hebben overtreden. Zowel Deloitte als de vertrekkende werknemers hebben volgens Capgemini onrechtmatig jegens haar gehandeld dan wel wanprestatie gepleegd.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Op grond van artikel 843a Rv wordt afgifte van bepaalde stukken gevraagd. Vereist is dan dat het gaat om stukken ter zake een rechtsbetrekking waarbij de partij die afgifte vordert (dan wel diens rechtsvoorganger) partij is. Wat betreft Deloitte stelt Capgemini dat er sprake is van een rechtsbetrekking uit onrechtmatige daad. Van onrechtmatigheid is eerst sprake ingeval een werkgever stelselmatig personeelsleden van zijn concurrent benadert om bij hem in dienst te treden en zodoende de bedrijfsvoering van die concurrerende onderneming aantast. Het is echter niet voldoende aannemelijk geworden dat daarvan in dit geval sprake is. Bovendien is het voornemen van de werknemers om gedurende het eerste jaar van hun dienstverband bij Deloitte elkaars klanten te bedienen, om zo de werking van het relatiebeding te ontgaan, niet als wanprestatie aan te merken en is schending van het geheimhoudingsbeding niet aannemelijk. Nu van een rechtsbetrekking geen sprake is, wordt de vordering jegens Deloitte afgewezen.

Ten aanzien van de vertrekkende werknemers oordeelt de voorzieningenrechter dat het gelijktijdige vertrek naar Deloitte weliswaar nadelige gevolgen voor de bedrijfsvoering van Capgemini met zich brengt, maar dat dit niet onrechtmatig is. Omzeiling van het relatiebeding is op zichzelf niet ongeoorloofd. Ten aanzien van de schending van het geheimhoudingsbeding wordt geoordeeld dat de werknemers een business case hebben gepresenteerd, waarvan aannemelijk is dat informatie over bestaande opdrachtgevers van Capgemini, potentieel toekomstige opdrachtgevers en mogelijk meer informatie naar buiten is gebracht. De werknemers worden veroordeeld een afschrift van de presentatie zoals aan Deloitte is vertoond, te verstrekken aan Capgemini. Voorts worden drie werknemers veroordeeld tot afgifte van e-mails en bestanden met gegevens over onderlinge contacten van vertrekkende werknemers. Het belang van Capgemini bij het controleren ofhet verbod om collega's over te halen elders in dienst te treden is overtreden, weegt zwaarder dan de privacy van de werknemers. Meegewogen wordt dat de werknemers niet hebben aangevoerd dat in te verstrekken bescheiden ook privégegevens staan. De stelling van Capgemini dat een werknemer op grond van artikel 7:611 BW gehouden is om mee te werken aan het onderzoek naar het door haar gesteld onrechtmatig handelen faalt.